
Van auteur Rick Honings verscheen onlangs een kloek boek: God, gezin en vaderland. De eeuw van Nicolaas Beets (1814-1903). De redactie van Nijmeegs Katern vroeg zich af of deze dichter, schrijver, predikant en hoogleraar, vooral bekend van de Camera Obscura, ook nog relaties had met Nijmegen, en dichtte hij over de stad? Zijn beste studievriend uit Leiden, Abraham Scholl van Egmond, en later getrouwd met Beets jongere zus, werkte hier immers als huisarts. Wanneer hij in 1871 overlijdt en wordt begraven bij het witte kerkje in Ubbergen, herdenkt Beets zijn ‘oudste academievriend’ in de zevende druk van de Camera Obscura. Minder bekend is dat ook Beets dochter Maria Elisabeth in Nijmegen vertoefde. Zij was opgeleid tot verpleegkundige en leidde korte tijd het Protestants ziekenhuis. Zij schreef de dichtbundel Harptonen, waarvan de opbrengst geheel ten goede kwam aan het nieuw te bouwen ziekenhuis, later Wilhelminaziekenhuis.
Vincent Hunink schreef in het Jaarboek Numaga 2025 een bijdrage over de beroemde Latijnse dichtregels van Huygens en Smetius, die zijn aangebracht nabij de Sint-Nicolaaskapel op het Valkhof. Er was in de 19e eeuw echter nog een tweede, weliswaar klein, Latijns vers te vinden, namelijk op de ingangspoort naar het park. Daarover een korte bijdrage in Nijmeegs Katern.
