Jaarrede

Jaarrede Numaga 2019

uitgesproken op 14 mei door Jos Joosten tijdens de

ALV , Museumpark Orientalis

 

Beste leden,

vandaag is het de tiende keer dat ik voor u sta als voorzitter om de traditionele jaarrede voor te lezen – of beter gezegd en strikt genomen: als ex-voorzitter, met dank aan mijn opvolger. Die tiende keer is in elk geval wel juist: in 2010 volgde ik professor Jan de Vet op als voorzitter.

 

Ik heb er, als neerlandicus, mijn kleine traditie van gemaakt om de Jaarrede steeds te beginnen met een verwijzing naar het rijke literaire leven zoals dat hier in Nijmegen bloeit en groeit. Het was niet moeilijk wie ik dit jaar, mijn laatste, wilde citeren. Dat werd een van onze voormalige stadsdichters, Frouke Arns, die haar Nijmeegse stadsgedichten in 2017 samenbracht in de bundel Eigen terrein. In haar gedicht ‘Kleine handleiding voor de moderne pelgrim’ schrijft ze:

 

Je valt in voetstappen van hen die voor jou gingen en toch

voelt deze tocht als nieuw.

 

 

Mooier kun je dat zoeken naar de balans tussen wat er was en wat er komen moet niet samenvatten, denk ik. Wat betekende mijn – om het dan maar zo te noemen – kleine pelgrimstocht van tien jaar?

 

Op het moment dat vorig najaar in het Numaga-bestuur een eventuele verlenging van mijn voorzitterschap ter sprake kwam (dat dan uiteraard aan de ALV moest worden voorgelegd), realiseerde ik me vrij spontaan dat het misschien een goed moment was om op te stappen. Tien jaar is een mooie tijdsspanne om enerzijds de continuïteit van een bestuur te garanderen, als intussen langstzittend bestuurslid (als we althans smokkelaar Henk Termeer niet meerekenen); anderzijds om op te stappen als iedereen je nog niet helemaal beu is en jijzelf denkt dat je het ook allemaal al gezien hebt.

 

Wat ik me niet realiseerde (maar wat ik ontdekte toen ik er het artikel over de geschiedenis van Numaga in het Jaarboek 2014 op nasloeg, van de al genoemde Henk Termeer) is dat ik ná oprichter prof. L.J. Rogier (die voorzitter was tussen 1954 en 1969) de langstzittende voorzitter van Numaga blijk te zijn.

Vooralsnog.

In welke mate dat eervol is of juist iets héél anders zegt, weet ik niet – het levert in elk geval het demografisch interessante feitje op dat de twee langste volhouders allebei in Rotterdam geboren zijn.

 

In zijn artikel stelt Termeer vast dat in de periode na de grondleggers Rogier en – in zekere mate – Jan Brinkhoff, sinds 1976 de besturen van de vereniging werkten aan ‘consolidatie van haar activiteiten’. Dat is tot op zekere hoogte zeker waar. Ik sloeg mijn eigen eerste Jaarrede er even op na – leidende gedachte was toen: ‘if it ain’t broke, don’t fix it. Wat goed is, kan ongewijzigd blijven’.

 

Ik denk dat dat op zichzelf wijze woorden waren. Twee van de belangrijkste, meest stabiele en meest zichtbare pijlers onder onze vereniging zijn het Jaarboek en het Nijmeegs katern. Dankzij de niet genoeg te prijzen activiteiten van beide redacties verschenen ze steeds trouw en op tijd, met steevast boeiende lezenswaardige bijdragen. De redacteuren kunnen niet genoeg geprezen worden. En daar moet niets aan veranderd worden.

Wat ikzelf daarbij een mooie ontwikkeling vind, is hoe de afgelopen jaren af en toe naar dwarsverbanden wordt gezocht: misschien wel het sterkst in het vorige lustrumjaar, toen elk Katern een aan het lustrumthema gewijde column had, het Jaarboek aansloot bij het thema en ook de tweemaandelijkse Numaga-lezingen er bij aansloten.

 

Uiteraard zijn er in de afgelopen tien jaar minder succesvolle initiatieven te vermelden. Een poging om met enkele ‘jongere’ (tussen aanhalingstekens) leden een reeks op de jongere generatie toegesneden bijeenkomsten te organiseren – met als werktitel ‘stratemakerspraatjes’, naar de plek waar een en ander moest gaan plaatsvinden – leverde enkele creatieve en zeer vrolijke bijeenkomsten op, maar sneuvelde aan het euvel van juist die jonge generatie met opgroeiende kinderen en tal van andere verplichtingen: het gebrek aan tijd.

 

Zeer spijtig vond ikzelf ook het stopzetten van de Numaga Scholierenprijsvraag, waarbij een aantal jaren geprobeerd werd om stadsgeschiedenis als onderwerp voor profielwerkstukken te maken. Het leverde enkele ronduit prachtige uitreikingen op in de Mariënburgkapel, maar het werd ook steeds duidelijker dat de energie die de organisatie kostte allengs niet meer kon opwegen tegen het resultaat.

 

Er waren gelukkig ook succesjes te noteren. Al tijdens mijn eerste ALV bleek een terugkerende vraag te zijn of de eerder opgeheven, succesvolle excursiecommissie nieuw leven kon worden ingeblazen. Een meerdaagse excursie, zoals weleer, leek het bestuur niet opportuun. We zouden het proberen met ééndagsexcursies. Als organisatoren dienden zich Ruurd van der Staaij en Billy Gunterman aan, die er intussen een al vele jaren lang geslaagd evenement van weten te maken.

 

Iets wat intussen misschien zelfs een traditie mag heten, is de Grote Nijmeegse Geschiedenis Quiz die stilaan, na een zoekend begin, zijn succesformule lijkt te hebben gevonden als afsluiting van de jaarlijkse 024 Geschiedenis. Ik ben blij dat ik straks als ambteloos Numaga-lid de Quiz mee mag blijven voorbereiden (vanuit Numaga samen met mijn al even ambteloze oud-bestuurscollega Jan Brauer).

 

Een kalme wijziging onderging de Numaga-lezing. Toen ik aantrad een stabiele factor: elke twee maanden een lezing over een historisch onderwerp, door een deskundige, netjes verdeeld over alle tijdvakken. Tijdens de bestuursvergadering was er een groslijst van sprekers en zowat een jaar op voorhand stond het hele jaarprogramma vast.

Gaandeweg hebben we besloten wat meer dynamiek in deze statische aanpak te brengen. Aanvankelijk door het invoeren van coreferenten en voorzichtige aanzetten tot discussie tot, na het instellen van een aparte programmacommissie, de huidige vorm van bijeenkomsten op uiteenlopende locaties met een écht programma: vaak met een actuele aanleiding, discussies, meerdere sprekers, andere betrokkenen. Het leverde mooie middagen en avonden op, zoals rond de restauratie van De Vereeniging, de biografie van Louis Frequin (op de redactie van De Gelderlander), gemeentepolitiek in Nijmegen in de Moderne Tijd (ter gelegenheid van de gemeenteraadsverkiezingen) of over de Gifmoorden in de Honigfabrieken. Ook hier vaak in mooie samenwerking met de redactie van het Nijmeegs Katern of met publiciteit buiten de verenigingsorganen.

 

Ik zal niet beweren dat alle avonden steeds geslaagd waren, maar wat mij betreft is dit wel de lijn die de programmacommissie van Numaga zou moeten voortzetten.

 

Misschien wel de grootste verandering de afgelopen jaren was er een die tamelijk stil verliep: de verdergaande digitalisering van de vereniging: verzending, facturering en ledenbrief. Een toch al met al complexe operatie die onze club nu in een mooi rustig 21ste-eeuws vaarwater bracht.

 

Een laatste verandering die ik wil vermelden, ziet u hier voor u. Traditioneel werd de Jaarrede van de voorzitter uitgesproken tijdens de Jaarboekpresentatie aan het einde van het kalenderjaar. Ik ervoer dat steeds vaker als een vreemde eend in de bijt: er kwamen toeschouwers van buiten, er waren vaak thema’s verbonden aan het Jaarboek die heel andere zaken behelsden dan reilen en zeilen van de vereniging.

Als even vreemd ervoer ik de jaarlijkse ALV die in een kwartiertje voorafgaand aan een van de Numaga-lezingen moest worden afgehandeld. Mij leek en lijkt het een goed idee om één bijeenkomst per jaar te blijven reserveren voor onszelf als vereniging: tijd nemen voor de ALV en andere plichtplegingen en dan een aan de bestaansreden van de vereniging gekoppelde interne avond te houden.

 

Maar ik begin al ruimschoots over mijn graf te regeren. En dat zal ik nu nog maar heel even en slechts zeer met mondjesmaat doen.

 

Zijn er brandende kwesties die ik bij mijn opvolger en zijn bestuur graag dwingend onder de aandacht wil brengen?

Niks super-urgents, denk ik.

Wel twee latente zaken.

Ons ledental. Een paar jaar geleden maakte ik mezelf en ons allemaal tijdens een Jaarrede blij door vast te stellen dat we nog steeds in de buurt zaten van het ooit door Rogier geopperde ideale ledental: in het oprichtingsjaar 1954 was zijn streefgetal 750 leden, op een inwonertal van 120.000 Nijmegenaren. En dat is nog steeds zo. Maar we lopen wel al jaren iets terug in ledental – de som van nieuwe aanwas minus natuurlijk verloop is licht negatief. Daarbij mag aangetekend worden dat er jaarlijks enkele tientallen nieuwe leden bij komen zonder enige noemenswaardige vorm van reclame voor onze vereniging. En dat in een speelveld van talloze initiatieven op het gebied van stadshistorie. Op zich is dat dus helemaal niet slecht. Mijn idee en indruk zou zijn dat ons dus relatief weinig publicitaire moeite – bij voorbeeld in dit jubileumjaar – toch makkelijk de nodige extra leden zou kunnen opleveren: Nijmegenaren die geïnteresseerd zijn in – zonder enige ironie – al het moois dat het Numaga-lidmaatschap ze kan opleveren.

 

Een tweede punt, ten slotte. De functie van Numaga als publieke organisatie. Het afgelopen decennium heeft er, zoals u allen weet, een spook door de lokale geschiedenis gewaard in de vorm van futuristische plannen om een nieuwbouwtoren in ons historische, beschermde stadspark neer te zetten. Wie het allemaal een beetje volgde kent misschien mijn persoonlijke standpunt over deze kwestie. Daar staat tegenover dat ik wat betreft Numaga steeds de onpartijdigheid heb vertegenwoordigd. Ik heb me in de loop van de jaren weleens afgevraagd of dat terecht was. Hadden we het misschien toch moeten laten aankomen op een ledenraadpleging en een uitgesprokener, officieel verenigingsstandpunt?

 

Achteraf denk ik dat het goed was zoals het ging. Het gaf me wel een overdenking in. In het huidige pluriforme digitale media- en  meningenlandschap kan iedere voor- of tegenstander van willekeurig welk plan zijn of haar eigen weg wel vinden om meningen kenbaar te maken en medestanders te mobiliseren. Mij lijkt een uitgelezen functie van Numaga, in een tijdperk van fake news en alternative facts, dé vereniging die een platform moet zijn voor echte inhoudelijke discussie – geen meningen en standpunten maar uitwisseling op niveau van feitelijke kennis. Een mooi voorbeeld daarvan vond ik de discussie die wij organiseerden rond opvattingen over restaureren, naar aanleiding van de kritiek op de restauratie van De Vereeniging van Willem Jan Pantus. Historisch en toch brandend actueel.

 

Dames en heren, ik heb een kleine optelsom gemaakt. De afgelopen tien jaar was ik voorzitter van zo’n twintig bestuursleden uit alle hoeken van onze vereniging. Als je dat uitbreidt naar redacties en commissies, naar de mensen die je als voorzitter ontmoet tijdens excursies, de lezingen, de quiz, de jaarboekpresentaties dan wordt dat een veelvoud. Dit verhaal ging over mij, maar laat ik vooral benadrukken dat je alleen voorzitter kan zijn als er een actieve vereniging is, bestuursleden, redactie- en commissieleden voorop. Zonder al die mensen draait de vereniging niet. Iedereen met wie ik de afgelopen tien jaar mocht kennismaken, samenwerken, verderwerken – van wie ik sommige nu al ben blijven zien buiten Numaga-verband – wil ik zeer bedanken voor hun onoverschatbare inzet.

 

Ten slotte ben ik zeer blij met mijn opvolger, Theo Engelen, die ik als collega en als bestuurder in uiteenlopende hoedanigheden heb leren kennen en heb meegemaakt als helder, betrokken en empathisch, als, kortom, bij uitstek iemand aan wie je zonder voorbehoud en met gerust hart je bloeiende historische vereniging toevertrouwd.

 

Ik dank u voor uw vertrouwen en aandacht.


Numaga jaarrede 2018 –

Uitgesproken door voorzitter prof.dr. Jos Joosten, op 22 mei in De Lindenberg

 

Geachte leden,

Beste dames en heren,

 

2018 is niet helemaal terecht uitgeroepen tot jubileumjaar van Mariken van Nieumeghen. De vijfhonderdste verjaardag van de tekst valt namelijk een paar jaar eerder, maar je zult mij er niet al te hard over horen klagen, want ik ben een groot bewonderaar en liefhebber van Mariken, dat ik werkelijk als een van de fraaiste schatten uit de Nederlandse literatuurgeschiedenis beschouw. Voor vandaag leek het me op zijn minst aardig om de schijnwerper te richten op een andere laat-middeleeuwer, van wie in elk geval wél vast staat dat hij feitelijk iets met Nijmegen te maken heeft gehad: Pater Joannes Brugman.

Brugman kan natuurlijk qua bekendheid niet in de schaduw staan van Mariken. Sterker nog: zelfs de straatnaam ‘Pater Brugmanstraat’ was er haast niet geweest, als er niet het merkwaardig optreden was geweest van de Nijmeegse aannemer F.Ph.Thijssen. Deze Thijssen had de eerste huizen gebouwd aan wat tegenwoordig de Pater Brugmanstraat is en zodoende lag het voorstel voor om de nieuwe straat ‘Thijssenstraat’ te dopen. Dit leidde tot groot protest in de Nijmeegse gemeenteraad tegen deze vernoeming.

 

‘Terwijl men aan den eenen kant zijn best gedaan heeft, om voor de straten te kiezen namen van personen die beroemd zijn, die zich verdienstelijk jegens de gemeente hebben gemaakt, zal men hier aan de straat den naam geven van iemand die daar grond bezat en uit eigenbelang den weg heeft aangelegd. Op die wijze kan men namen krijgen, die op den duur alles behalve aangenaam in den ooren klinken.’

 

Opmerkelijk mag heten van wie deze felle kritiek kwam. Namelijk van Franciscus Philippus Thijssen zélf, die ook raadslid en wethouder was.

 

En zo kreeg de straat uiteindelijk de naam van Pater Brugman toebedeeld. Brugman is natuurlijk vooral bekend van zijn preken en de uitdrukking die er onlosmakelijk mee verbonden is. Maar er is ook wat poëzie van hem bewaard gebleven, onder meer een bekeringsgedichtje, dat bepaald regels vol élan bevat:

 

Ic wil gaen avonturen

Te gaen enen anderen ganc,

Al solt mi werden sure:

Och ewelijc is so lanc!

 

Of we de wederwaardigheden van Numaga in het afgelopen verenigingsjaar als ‘avonturen’ moeten betitelen en kunnen classificeren als ‘enen anderen  ganc’ weet ik niet. Maar er is beslist een aantal zaken gaande geweest. Daarbij zij aangetekend dat deze Jaarrede, die we bij de Algemene Ledenvergadering beter op hun plaats vinden dan tijdens de jaarboekpresentatie, af en toe gebruik maakt van voorkennis. Waar mijn verhaal eigenlijk over 2017 zou moeten gaan, neem ik de vrijheid het begrip ‘jaar’ enigszins naar eigen inzicht in te vullen.

 

Allereerst stond het bestuur hier vorig jaar tijdens de ALV met een veel zorgelijker gezicht dan heden, vanwege de financiële toestand van de vereniging. Zoals we zojuist hebben kunnen vaststellen, hebben de aangekondigde en uitgevoerde maatregelen ertoe geleid dat we stilaan weer van de gewenste stabiliteit kunnen spreken. Dit is gelukt door, onder meer, besparingen op zaalhuur, verzendkosten van het Jaarboek en drukkosten van de ledenbrief.

 

Die digitalisering van de ledenbrief verloopt, na enige aanloopproblemen, nu toch goeddeels vlekkeloos. We hadden deze digitalisering ongetwijfeld ook doorgevoerd zonder de financiële noodzaak, maar het komt wél goed uit: een verbetering die ook geld oplevert. Deze verdergaande vorm van digitalisering, gecombineerd met de privacywetgeving die deze maand van kracht wordt, brengt mij ertoe om nogeens te benadrukken dat Numaga adresgegevens alleen gebruikt voor de doeleinden van de vereniging: verzenden van onze publicaties en verenigingsgerelateerde correspondentie en dat noch het digitale noch het fysieke adresbestand aan derden zal worden afgestaan.

 

Een andere duidelijke verandering die vorig jaar is ingezet en nu verder vormkrijgt is de andere opzet van de tweemaandelijkse Numaga-lezingen. De in 2016 opgerichte programmacommissie, bestaande uit bestuursleden Jan Brauer en Rob Wolf, uit Hans Wegman (redactielid van Nijmeegs Katern), Gelderlander-journalist Eric Reijnen Rutten en ondergetekende, beoogt de Numaga-avonden een levendiger karakter te geven. Dat doen we door niet alleen meer het vaste format te gebruiken van één spreker in een vaste zaal, maar in vormgeving en locaties te variëren. Dit jaar besteedden we onder meer aandacht aan de biografie van de Gelderlander­-icoon Louis Frequin, met als locatie de huidige Gelderlander­-redactie, waar beide biografen geïnterviewd werden en vervolgens een debat over de huidige lokale Nijmeegse pers volgde, met op dit moment actieve lokale journalisten. In het nummer van Nijmeegs Katern, dat gelijktijdig met deze themamiddag verscheen, stond een achtergrondgesprek met een van de biografen.

Aan de vooravond van de gemeenteraadverkiezingen werd de geschiedenis én actualiteit van de plaatselijke democratie centraal. Later dit jaar organiseren we een avond over de gifmoorden bij de Honigfabrieken tijdens de Tweede Wereldoorlog – op het oude Honig-terrein, waarover Henk Termeer uitgebreid schreef in het Nijmeegs katern. We proberen ook zo de dwarsverbanden te benutten.

 

Er zijn tevens enkele zaken in de persoonlijke sfeer te vermelden. Allereerst werden wij vorige maand opgeschrikt door het indroeve nieuws van het onverwachte, snelle overlijden van ons erelid Jan Kuys. Zelf kende ik dr.  Kuys ook als collega binnen de Letterenfaculteit en heb ik kunnen vaststellen hoezeer dit overlijden tot breed ervaren ongeloof en verdriet aanleiding gaf. We wensen zijn nabestaanden, naasten en vrienden alle sterkte toe.

 

De wijzigingen in het bestuur zijn zojuist al aan bod gekomen. Toch neem ik graag even de gelegenheid te baat officieel afscheid te nemen van beide vertrekkers. Hoewel van Els Peeters natuurlijk niet echt – zij blijft zeer zichtbar actief als altijd bij de redactie van het Nijmeegs Katern en we zullen veel van haar blijven horen. Ook Jan Brauer heeft toegezegd actief te zullen blijven binnen de programmacommissie en de Grote Nijmeegse Gescheidneis Quiz. Ik wil beiden zeer hartelijk danken voor hun jarenlange bestuurlijke inzet en we zullen deze zomer nog gepast afscheid van hen nemen. Ik heet ook graag twee nieuwe bestuursleden van harte welkom: Marga Jetten en Willeke Guelen.

 

Er bleef ook veel hetzelfde, dat het komend jaar niet zal veranderen. We hadden weer een fraaie editie van ons Jaarboek, met een goedbezochte presentatie, gewijd aan modernistische en traditionele architectuur in Nijmegen. Het Nijmeegs Katern verscheen met steeds weer boeiende afleveringen. En ik kan in deze midjaarse jaarrede, al terugblikken op twee excursies. De keuze om in 2018 de jaarlijkse excursie rigoureus eerder te houden, namelijk op 14 april, blijkt uit oogpunt van deelnemertal een goede: de trip was helemaal uitverkocht. De deelnemers kregen een mooi programma voorgeschoteld door de reiscommissie bestaande uit Ruurd van der Staaij, Billy Gunterman en Wim de Natris: met onder meer een indrukwekkende avant-première van De Bastei en een prachtrondleiding door vestingstad Grave.

 

Intussen maakt het bestuur zich stilaan op voor het jubileumjaar 2019, als  Numaga 65 jaar bestaat. Besloten is al, vanwege de financiële situatie, het jubileum bescheidener vorm te geven dan de vorige editie in 2014. Wat precies thema en inhoud gaat worden is nog onderwerp van discussie. Wat in elk geval vaststaat is dat het bestuur in dat jaar óók wil inzetten op actievere werving van nieuwe Numagaleden. (Overigens mag u nu al, zonder inmenging van het bestuur en zonder jubileumjaar als aanleiding, beginnen met aanbrengen van nieuwe leden.) Daarvan zult u zeker nog horen en merken.

 

En verder staat er voor dit jaar nog het gebruikelijke moois op stapel, zoals in december wanneer we – om de cirkel van dit verhaal rond te maken – een Numaga-avond wijden aan Mariken van Nieumeghen, van wie we als lokale historische vereniging de lokale viering van het jubileum natuurlijk niet ongemerkt willen laten voorbijgaan. Zelfs als ze er een paar jaar naast zitten.

 

Numaga Jaarrede 2016

 

Beste leden,

Dames en heren,

 

wie, zoals ik, bij de jaarrede de opmaat altijd zoekt op het snijvlak van ‘Nijmegen’, ‘literatuur’ en ‘geschiedenis’ heeft het bij een terugblik op 2016 gemakkelijk. Afgelopen jaar verscheen namelijk de roman Wolfskind van Ton Vogels, waarin voor een Nijmeegs historisch thema een belangrijke rol is weggelegd. Vogels beschrijft in de roman het wedervaren van de (te) ambitieuze archeoloog Vincent de Vree, die claimt bij opgravingen in Venlo een Middeleeuws Joods badhuis te hebben ontdekt. Al snel blijken wij met De Vree met een Diederik Stapel-achtige wetenschapper van doen te hebben: hij rommelt met gegevens teneinde zijn vondst aannemelijk en spectaculairder te maken. Uiteindelijk wordt hij ontmaskerd en dan begint de roman feitelijk pas: hij probeert archeologisch revanche te nemen door zijn intrek te nemen in het pelgrimshuis Casa Nova op de Heilig-Landstichting. Van daaruit tracht hij het bestaan te bewijzen van een Romeins aquaduct dat door De Meerwijk gelopen zou hebben.

De ontknoping van het boek zal ik niet verraden – maar velen van u zullen allicht al eens langs het uitkijkpunt op de Oude Kleefsebaan zijn gekomen, waar daadwerkelijk de contouren van dit (vermeende) aquaduct aangegeven staan. Vogels heeft feiten die in werkelijkheid niets met elkaar te maken hebben – het Joodse badhuis een het Romeinse aquaduct – ingenieus verbonden in de persoon van zijn verzonnen archeoloog. Hij heeft een roman geschreven – en daarin is dat uiteraard toegestaan (zoniet: vereist). Waar het mij hier vooral om gaat, is dat Vogels een lokaal historisch fenomeen tot onderwerp van zijn roman neemt, en hij staat daarin de laatste jaren bepaald niet alleen: denk alleen al aan De ochtendgave van A.F.Th.van der Heijden of Vonk van Steffie van Oord, twee andere boeken die de lokale Nijmeegse geschiedenis als uitgangspunt hebben. Ook deze romans zijn een aanwijzing voor een trend die ik (ook hier) al langer signaleer: voor geschiedenis – vooral ook: lokale geschiedenis – bestaat breed aandacht. Geschiedenis is geen dood ding, maar leeft van internet tot literatuur.

 

Het verbaast dan ook niet dat een historische vereniging als Numaga floreert in een dergelijk klimaat. We kijken terug op een mooi verenigingsjaar, met weer een vijftal goed bezochte lezingen, waarin onder meer twee gewijd aan stedelijke jubilea in 2016: in maart sprak Rob Wolf, auteur van het jubileumboek over het onderwerp,  over de geschiedenis van de Nijmeegse Openbare Bibliotheek naar aanleiding van haar eeuwfeest, en in mei stond de 100ste Vierdaagse centraal. Een ander jubileum vierde het Nijmeegs Katern: dat leverde dit jaar zijn dertigste jaargang af – hetgeen luister werd bijgezet met het in juni verschenen dubbeldikke zomernummer. Bestuur en vereniging willen de hardwerkende redactie van het Katern graag van harte gelukwensen met alweer een fraaie mijlpaal!

 

De jaarlijkse excursie volgde dit jaar – in feite letterlijk – het spoor van de buurtspoorweg Nijmegen-Venlo onder bekwame leiding van specialist Rudi Liebrand. Tussenstops werden gemaakt in Gennep, waar de Protestante kerk uit 1571 werd bezocht, de oudste voor de protestante eredienst in de Lage Landen gebouwde kerk, en een stadswandeling gemaakt. Voordien was Huize Heijen al bezichtigd, atelier van beeldhouwer Peter Roovers (1902-1993). In zijn dankwoordje voor Ysbrandt en Kathinka Roovers, beide kinderen van de kunstenaar die het gezelschap gastvrij ontvingen en rondleidden, ging de Numaga-voorzitter in op het verdwijnen van een van de beelden van hun vader: het kruisbeeld op de hoek van de Nijmeegse Bosweg, bij Huize Joachim en Anna. Naspeuringen nadien leerden dat het beeld, tijdens bouwactiviteiten, zeer waarschijnlijk vanwege het brons, gestolen is en jammer genoeg voorgoed verloren.

 

Eén bestuurswisseling moet genoemd worden. Door privé-omstandigheden moest onze in korte tijd al zeer gewaardeerd geworden secretaris Marijn Alofs zijn taak neerleggen. Het bestuur wil Marijn graag oprecht van harte danken voor zijn werk voor Numaga. Marijn Alofs wordt opgevolgd door dr. Ellen Hijmans die nu al duidelijk heeft laten zien zich zeer zorgvuldig van de secretariële taken te kwijten.

 

Deze zomer heeft het bestuur van Numaga nog een ander initiatief genomen. Zoals moge blijken is er geen reden tot ontevredenheid, noch qua ledental noch qua activiteiten. Numaga is stabiel. Niettemin meende het bestuur dat het zinvol was om de balans eens op te maken door een bijeenkomst te beleggen met onze meest actieve leden, het zogenaamde ‘Numaga-breed-overleg’. Dit resulteerde in een bijeenkomst op 25 augustus in het Erasmusgebouw van de Radboud Universiteit. Een snikhete namiddag waarop zich, ondanks de barre weersomstandigheden, toch een vijfentwintigtal actieve leden, onder leiding van historicus Joost Rosendaal, boog over heden en toekomst van de vereniging. Ondanks tevredenheid over de stand van zaken van de huidige vereniging, bleken er punten van aandacht te zijn met betrekking tot de vereniging.

 

1) Eensgezind was men over de basisaanname dat Numaga zich manifesteert als cultuurhistorische kwaliteits-vereniging voor Nijmegen en omstreken. Naast de tal van andere, zéér te prijzen, initiatieven op het gebied van lokale historie, staat bij alle publieke uitingen van vereniging  Numaga de feitelijke (wetenschappelijke) verantwoording van wat te berde gebracht wordt voorop.

 

2) Numaga kan een meer proactief beleid voeren voor het behoud van cultuurhistorisch erfgoed in Nijmegen. Een expliciet punt van aandacht daarbij is betere zichtbaarheid van Numaga. De vereniging hoeft niet zozeer per se een uitgesproken standpunt in te nemen met betrekking tot cultuurhistorische issues, maar zij moet wel het vanzelfsprekende forum zijn/aanbieden waar lokale hete hangijzers serieus beargumenteerd en bediscussieerd kunnen worden.

 

3) Een belangrijk punt is PR en publiciteit. Zij verdienen gerichte aandacht, met inzet van digitale en sociale media.  De vereniging moet zich actiever manifesteren op de sociale media, in de wetenschap dat dat extra inzet zal vergen van de mensen (bestuursleden, actieve leden) die dit belangeloos sprankelend, levend en in beweging moeten houden.

 

4) De vereniging onderzoekt mogelijkheden tot verbreding, zonder het oogmerk van kwaliteit los te laten, via gezamenlijk optrekken met andere partners in het veld,  het faciliteren van discussies, spraakmakende lezingen en lezingen op locatie in de wijken.

Het bestuur van Numaga neemt zich zeer serieus voor om deze punten actief ter hand te nemen. In verdergaande samenspraak met onze leden en andere betrokken partijen.

 

Uitgangspunt tijdens de discussie was een door bestuur en voorzitter geschreven nota met punten van aandacht. De discussie is nu bepaald nog niet gestopt. Graag ook voor u als verzameld leden bij dezen nog eens een beknopte samenvatting van de punten van aandacht uit die notitie:

–           Is het nodig om als Numaga te werken aan een ‘verenigingsgevoel’? (Of) gebeurt dat  (al) afdoende?

 

–           Wordt de behoefte gevoeld om naast de bestaande activiteiten nieuwe activiteiten te   ontplooien? Zo ja, welke?

 

–           Moet Numaga meer als publieke factor op de voorgrond treden? Als publieke bewaker  van alles aangaande de stadsgeschiedenis? Zo ja, hoe?

 

Omdat wij aan deze gedachtenwisseling graag een doorlopend karakter willen geven, blijven ook nu (én later) suggesties van harte welkom. Ik roep iedereen dan ook van harte op om voorstellen, ideeën, losse flodders en vastomlijnde plannen te mailen aan ondergetekende [voorzitter@numaga.nl].

Want: als vereniging bouwen we met zijn allen aan de toekomst van ons gezamenlijke Nijmeegse verleden.