
Toen Dennis Gaens op 26 november 2010 de nieuwe stadsdichter van Nijmegen werd, las hij een speciaal voor die gelegenheid geschreven gedicht voor, getiteld "hoeveel steden deze stad is". Het toont de vele kanten van het actuele Nijmegen. Bijna op het eind van het gedicht lezen we, als slot van een opsomming van alles wat de stad Nijmegen behelst:
Meer dan dat is het de stad die als een decor achter de Waal staat gestapeld.
Waar we niet terugkomen naar de mensen, maar naar de verhalen die er wonen.
Misschien is met dat laatste ook de belangrijkste taak van een historische vereniging als Numaga te definiëren: het vastleggen en voortvertellen van de verhalen die "wonen" in de oudste stad van het land. Verhalen, die, anders gezegd, het historische Nijmegen mede, of misschien zelfs grotendeels, vormen. Onze vereniging is er dit jaar andermaal, zowel in gesproken woord als in geschrifte, in geslaagd om Nijmegen te laten bestaan in tal van verhalen.
Zeer goed bezocht werden ook dit jaar weer de Numaga-lezingen, waarin in de meest letterlijke zin verhalen worden verteld uit alle perioden van de Nijmeegse geschiedenis. Het jaar openden we in januari met de lezing van Pieke Hooghof, die al improviserend sporen van Indisch verleden in Nijmegen aan bod liet komen. Hubert Hendriks behandelde in de tweede lezing van het jaar het laat vijftiende-eeuwse Nijmegen aan de hand van het wedervaren van het historische topstuk antependium, een altaardoek van het ooit in Nijmegen zo machtige Nicolaesgilde van de schippers. Een fraai verhaal waaraan onder meer kracht werd bijgezet door de aanwezige reproductie van het antependium en met mooie muziekfragmenten. Zeer indrukwekkend was het verhaal dat Paul Glaser, auteur van het boek Tante Roosje: het oorlogsgeheim van mijn familie, op 30 mei vertelde. Centraal staat het leven van - inderdaad - zijn tante Roosje, maar het boek schetst eigenlijk het wedervaren van de Joodse familie Glaser, die voor de oorlog in Nijmegen woonde. Glasers tante heeft op een bizarre wijze de bezetting, meerdere concentratiekampen en de naoorlogse behandeling van Nederlands Joden aan den lijve ondervonden. Het resulteerde in een haast onwaarschijnlijk, bizar en fascinerend boek, dat ik opnieuw iedereen die het nog niet las wil aanraden. In september gingen we terug naar de vroegste geschiedenis van Nijmegen: de Romeinse tijd. Olivier Hekster, hoogleraar oude geschiedenis aan de Radboud Universiteit, besprak de fascinerende kwestie of en op welke wijze de machthebbers in het centrale Rome überhaupt geïnteresseerd waren in deze afgelegen legerplaats in het hoge Noorden - om Tacitus te citeren: "wie zou Azië, Afrika of Italië verlaten en op zoek gaan naar Germanië? Het terrein is er woest, het klimaat ruw, het leven en landschap somber. Hier kom je alleen indien het je vaderland is." Het lezingenjaar werd in november afgesloten met historicus Edwin van Meerkerk, die leven en werken van Justinus de Beijer besprak, een achttiende-eeuwse burgemeester die, ondanks de perifere positie van Nijmegen, een rol speelde binnen de zogeheten Republiek der Letteren, het internationale netwerk van geleerden.
Dit jaar verschenen ook weer vijf afleveringen van ons zeer gewaardeerde Nijmeegs katern. De redactie slaagt er steeds in om met ijzeren frequentie een fraai nummer uit te brengen, dat misschien wel in de meest letterlijke zin verhalen uit Nijmegen brengt. Vaak op het oog gewone gebeurtenissen of zaken - een opstootje rond een jezuïetenpater in de zeventiende-eeuwse Benedenstad, een reconstructie van een Romeinse kar of een conflict over een Augustijner kapel in de eerste helft van de twintigste eeuw - geven een verrassende inkijk vanuit de details van de stadsgeschiedenis.
Ook op andere manieren hielp Numaga Nijmeegse verhalen levend te houden. Als afsluiting van de manifestatie 24 Uur Geschiedenis in Nijmegen organiseerde onze vereniging, in samenwerking met het Regionaal Archief Nijmegen, voor de derde keer de Nijmeegse Geschiedenisquiz: een vragenspel dat op 14 oktober kenners en liefhebbers wist te boeien en amuseren.
Voor de tweede keer werd de Numaga geschiedenisprijs voor middelbare scholieren georganiseerd. Deze prijs komt tot stand in een samenwerkingsverband van vakdocenten Geschiedenis, het Regionaal Archief Nijmegen en Numaga, en werd op 21 april uitgereikt. In de categorie HAVO werden Charlotte Brinkmann en Bart de Boer van NSG Groenewoud bekroond met hun originele fietsroute langs ijkpunten van operatie Market Garden; in de categorie VWO werden Lidewij Nissen en Ellen Nieboer van het Canisius College de besten bevonden met een werkstuk over het leven in Nijmeegse weeshuizen in de achttiende eeuw. Aan de producten van deelnemers werd deze zomer in een serie in dagblad De Gelderlander uitgebreid stilgestaan.
De jury van de Numaga geschiedenisprijs stond onder voorzitterschap van onze zeer betrokken hoogleraar stadsgeschiedenis Dolly Verhoeven. Namens de redactie van het Jaarboek Numaga - en namens het bestuur - wil ik Dolly Verhoeven ook zeer hartelijk bedanken voor haar bereidheid op te treden als gastredacteur van het zwaartepunt in het jaarboek van dit jaar: "Het imago van de stad".
Met betrekking tot de vereniging zelf zijn er enkele zaken die aan bod moeten komen. Het bestuur van Numaga nam vorig jaar afscheid van het markante lid Stan Brinkhoff. Als dank voor zijn onvermoeibare en veelzijdige inzet tijdens zijn achtjarige bestuurslidmaatschap is Brinkhoff, tijdens de Algemene Ledenvergadering van 12 april 2011, met algemene stemmen benoemd tot erelid van de vereniging. Dezelfde vergadering ging unaniem akkoord met de benoeming van Sjef van de Wiel als nieuwe penningmeester van de vereniging. Hij volgt hiermee Hans Begheyn op, die na twee termijnen aftrad en aan wie de vereniging veel dank verschuldigd is voor zijn nauwgezette beheer van de verenigingsfinanciën en ledenadministratie. Tijdens een ingelaste, korte bijzondere ledenvergadering op 15 november werd dr. Barbara Kruijssen benoemd tot bestuurslid. Zij vertegenwoordigt Museum Het Valkhof in het bestuur en volgt in die hoedanigheid Marijke Brouwer op.
Stadsdichter Dennis Gaens sprak, zoals we zagen, over Nijmegen en de "verhalen die er wonen". De afgelopen decennia is op verschillende momenten en op uiteenlopende manieren geprobeerd meer dan alleen verhalen tot leven te wekken. In Nijmegen is meerdere malen getracht op enigerlei wijze een tastbare vorm te vinden die het verhaal van de Valkhofburcht aanschouwelijker zou moeten maken. Bouw van een hele burcht is ooit als serieuze optie de revue gepasseerd en de afgelopen vijf jaar verscheen, geruggensteund door een referendum uit 2006, bouw van de grote toren van de burcht steeds meer als reële mogelijkheid.
De leden van Numaga bleken bij de vorige discussierondes verdeeld te denken over de bouwplannen, reden waarom de vereniging nooit een standpunt voor of tegen de bouw heeft ingenomen. Daar is dit najaar in zekere zin verandering in gekomen. De gedachte om een toren in het beschermde stadspark neer te zetten heeft anno 2011 de zeer tastbare vorm aangenomen dat er met feitelijke plannen en concrete bouwtekeningen naar de gemeenteraad gestapt is, onder meer met het verzoek om financiële ondersteuning. In het proces hiernaartoe heeft het CPRN, het Cultureel Platform Rijk van Nijmegen, in september aan alle aangesloten instanties, waaronder Numaga, om een expliciet standpunt gevraagd, daarbij stellend dat géén reactie automatisch instemming met de voorgestelde bouwplannen zou betekenen. Op relatief korte termijn heeft het Numaga-bestuur zich eind september dan ook moeten uitspreken over de voorliggende plannen. Na ampel beraad kwam het bestuur tot de algemeen gedragen conclusie dat het zich niet meer alleen wenste te onthouden van een oordeel, maar dat het zelfs in het geheel niet kon instemmen met de plannen in de vorm die ze nu gekregen hebben. In die geest hebben wij ons standpunt kenbaar gemaakt aan het CPRN en, nadat dat aanvankelijk genegeerd leek te worden, op onze website (waar het nog steeds voor iedereen na te lezen is) en in een brief aan de gemeenteraad gepubliceerd.
Het bestuur, waarvan de overgrote meerderheid de eerdere discussies binnen Numaga over de torenbouw niet als bestuurlid meemaakte, meende dit standpunt te kunnen uitdragen juist vanwege de zeer gewijzigde constellatie waarin de plannen in de loop van de afgelopen vijf jaar zijn terechtgekomen. Aan het referendum over de torenbouw dat in 2006 gehouden werd, waren expliciet drie condities verbonden waar voor- of tegenstemmers dus rekening mee hielden: de toren moest publiek toegankelijk zijn, hij mocht de gemeenschap geen geld kosten en hij moest zo authentiek mogelijk nagebouwd worden. De eerste voorwaarde lijkt momenteel licht ter discussie te staan ("ook bij entreeheffing blijft een gebouw publiek toegankelijk") en de tweede voorwaarde wordt rechtstreeks met voeten getreden door het verzoek aan de gemeenteraad voor financiële ondersteuning. Maar dat is uiteraard het terrein van Numaga niet. Waken over de authenticiteits-eis, daarentegen, is wél een kernpunt voor een historische vereniging. Bij diverse gelegenheden heeft de beoogd architect van de toren, Kees Tak, de afgelopen maanden in steeds luidere toonaard te kennen gegeven, dat authentieke bouw fictie is. Hij spreekt nu van "een knipoog" naar het verleden. In een uitgebreid artikel in de Gelderlander van 28 september jl., waarin de argumenten waar sceptici destijds al mee aankwamen nu door hem een voor een bevestigd worden, concludeert hij: "De toren zal authentiek zijn in de zin van de spirit die hij zal uitstralen".
Met deze opvatting wordt dus expliciet de bijl gelegd aan de wortel van het referendum van 2006. De keuze waar 42.415 Nijmegenaren (60% van de uitgebrachte stemmen) vóór stemden was - nogmaals: expliciet - de bouw van een authentieke toren. Niet voor een knipoog-toren of een donjon met een authentiek uitstralende spirit (wat dat ook moge zijn). Het is op die grond dat het bestuur van Numaga gemeend heeft met dit voorstel niet akkoord te kunnen gaan. Ik zeg het nog eens met nadruk: in de vorm, dus, die de plannen nu gekregen hebben. Het bestuur heeft niet de oude discussie over al dan niet bouwen in het park alsnog willen beslechten. (Wanneer de leden dat zouden willen, zijn we uiteraard graag bereid zo'n intern debat hernieuwd te entameren.) Niet voor niks stelt het bestuur in zijn verklaring expliciet dat er geen principieel taboe rust op bouw in het park. Ik meen echter dat we met betrekking tot de voorliggende plannen als historische vereniging het enig juiste standpunt hebben ingenomen.
We zullen de ontwikkelingen in het Valkhofpark blijven volgen - hoe de toekomst van dat stuk verleden er ook moge uitzien. We moeten, waar nodig, ook binnen de vereniging dat debat voeren, op een voor iedereen constructieve manier. We zijn hier ten slotte in het Nijmegen van stadsdichter Gaens, "waar goed volk elkaar gedag zegt".
Prof.dr. J.H.Th. Joosten, voorzitter Vereniging Numaga