De kiem onzer stad was een Romeinsch
kamp, van nagenoeg vierkanten vorm, met afgeronde hoeken. Onze vier op de Markt
uitloopende hoofdstraten waren oorspronkelijk de vier hoofdwegen die het kamp doorsneden.
Uit dit vierkant ontwikkelde zich in de vroege middeleeuwen, door het vergrooten der
afgeronde hoeken, die cirkelvormige stad, welke op dit plan getraceerd is. Wanneer zij
voor het eerst door een ringmuur werd ingesloten, is onbekend.
Haar eerste aanwas bestond in die westelijke Voorstad, gelegen tusschen de Waal en den
tegenwoordigen Doddendaal. Deze moet in de 14de eeuw ommuurd en bij de stad getrokken
zijn. Een bepaling in het oudste Keurboek levert het bewijs, dat de muur tusschen de
Wiemelpoort (einde Broerstraat) en de Hezelpoort in het begin der 15de eeuw nog niet
voltooid was. Vóór den ringmuur lag de, natuurlijk droge, stadsgracht, waarvan zelfs
thans nog sporen aanwezig zijn. Sommige tuinen, achter huizen aan het oosteinde der Oude
Stadsgracht, zijn in de diepte dier voormalige gracht gelegen. De Doddendaal wordt nog in
stukken der 16de eeuw somtijds "die alde graeff" (gracht) genoemd. |
|
Op deze uitbreiding der stad volgde
die, welke haar binnen de grenzen bracht, die zij tot haar ontmanteling behield. Deze
uitleg had plaats in het midden der 15de eeuw en was voltooid in 1467. Ook ditmaal werd
vóór den muur een diepe, breede, droge gracht gegraven, op welker bodem een stevige
doornenhaag geplant werd; palissaden waren destijds nog niet in gebruik. De muren waren
van aanzienlijke dikte en van een aantal verdedigingstorens voorzien. Achter dien muur
werd in de eerste jaren der 16de eeuw een aarden wal opgeworpen, die in den loop der
tijden aanmerkelijk zwaarder gemaakt werd. waartoe men onder meer het stratenvuil
gebruikte. Aanvankelijk liep deze wal achter het St. Geertruidskapelletje bij de Belvedere
om, doch in 1579 werd hij op dat punt zoo zeer verbreed, dat dit gebouwtje gedeeltelijk
afgebroken, gedeeltelijk onder den wal begraven werd, waaruit het bij het sloopen der
wallen, omstreeks 1882, eerst weder te voorschijn kwam.
Hoe deze wallen en de buitenwerken gesloopt werden, en wat er voor in de plaats kwam, werd
uitvoerig te boek gesteld voor de leden der Vereeniging "Oppidum Batavorum", in
onze laatste publicatie: De Ontmanteling en Uitleg der stad Nijmegen, 1907. |