Van de oudere plannen onzer stad
is dit, in alle opzichten, het mooiste. Het is dan ook ontleend aan het beroemde werk van
B1aeu : Novum ac magnum theatrum civitatum totius Belgii, Amsterdam 1649, dat in het
Nederduitsch verscheen onder den titel: Het Groot Stedeboeck der Vereenigde Nederlanden.
Bij raadsbesluit van 10 Juli 1647 werd den Klevenaar Hendrik Veltman opgedragen, onze stad
"pertinentelick met eene penne af te teyckenen", en daarvan twee
"cairten" te leveren: de eene voor het "cairtboeck", dat te Amsterdam
uitgegeven wordt; de andere, van een grooter formaat, zou in de Raadskamer gehangen
worden. Daaruit ontstond, doch eerst 20 jaren later, dat groote geschilderde plan, dat
thans op de trap ten Raadhuize hangt.
Door zijn microscopische getrouwheid worden wij in staat gesteld, op dit plan allerlei
détails van onze stad ten jare 1649 te leeren kennen: wij zien bij het Stadhuis dat
bordes, dat langs den ganschen gevel liep, hetwelk eerst in 1783 door het tegenwoordige
werd vervangen. Op den hoek van de Ridder- en Snijderstraat vertoont zich het
kasteelachtige huis der heeren Van Batenburg, welks tuin achter uitkwam tegen dien der Van
Randwijks, die de tegenwoordige kazerne der Marechaussees bewoonden. In de Lange
Burchtstraat treft Egmondshof ons oog, waar eenmaal een jongere tak der Geldersche vorsten
woonde, die het zijn naam gaf. De groote tuin, met een beeld midden in, reikte tot de Oude
Stadsgracht. Verder ziet men bij de Belvedere nog een huis met grooten tuin. Daar woonde
toen Luit.-Kol. Balfour, Kommandant van een regiment Schotten, hier in garnizoen. |
|
Dan op den Doddendaal het huis der Van
Bylandts, met tuin, die zich tot den Roomschen Voet uitstrekte. De Oude Stadsgracht was
nog slechts ten deele bebouwd, hier en daar zijn nog einden blinden muur te zien. Het
terrein daar achter werd als tuinen verkocht, het beminde rus in urbe onzer voorvaderen.
Zelfs in het Nassaubolwerk was, sedert de Vrede van Munster de zwaarden in sikkels had
doen veranderen. een tuin aangelegd. Het was Burgemeester Nico1aas Verbolt, die daar de
genoegens van het landleven op een kleine schaal genoot.
De Mariënburgschestraat was een schuttersdoelen geworden; niet alleen geeft dit plan het
huisje, waarin de schutter plaats nam bij het schijfschieten, zelfs de schijven zijn
aldaar aangegeven.
Getrouw is ook de afbeelding van den Burcht; niet te miskennen zijn de Reuzentoren, de
Barbarossa-apsis. waartegen die lange noordelijk en zuidelijk loopende vleugel is
aangebouwd. De Carolingische kapel, die op Plan I den vorm van een kerktoren had gekregen,
is hier correct wedergegeven. Het gebouwtje midden op het Burchtplein is een puthuisje; in
de muurbogen, rechts van den ingang. werden in het einde der 17de eeuw wolven in kooien
gehouden.
Opmerking verdienen de drie poelen, die destijds in de straten lagen: in de Molenstraat,
de Ziekenstraat en aan het Bosch. Zij werden gedempt in 1746. |