Aan Pontanus'
Historie Gelricae XIV Libri, 1639, zijn wij dit plan verschuldigd. Het werd geteekend door
J. van Geelkercken, landmeter en wijnroeder dezer stad. Men zal weldoen met niet te veel
vertrouwen te schenken aan de "scala van 60 roeden" die er bij gegeven is, want,
hoewel als gravure niet onverdienstelijk, voldoet dit plan nog niet aan alle eischen, die
wij gewend zijn aan zulk een werk te stellen. Daartoe eigent zich een vogelvluchtplan dan
ook minder. Zijn nauwkeurigheid laat eveneens te wenschen. Om maar een paar grepen te
doen. Het voormalige St. Geertruidsbergje, een rij huisjes aan de zuidzijde van den
Voerweg, ontbreekt, hoewel die reeds te vinden is op Plan I, en bleef bestaan tot 1898. De
Boddelpoort, die in het verlengde van de Boddelstraat behoorde te staan, is afgedwaald
naar rechts. Van de Korenmarkt is ook niet veel terecht gekomen, en zoo valt er nog heel
wat meer aan te tornen.
Toch is het leerrijk dit plan aandachtig te bezien. Al dadelijk valt in
het oog, hoe de wallen versterkt zijn met elf onderling door een courtine verbonden
lunetvormige bolwerken, van ongelijke grootte, vóór de stadsgracht aangebracht. Vóór
het Nassaubolwerk, No. 34, (waaraan de Nassausingel haar naam ontleent), lag een
geretrancheerd kamp. Deze bolwerken werden begonnen ten jare 1598, en later aanmerkelijk
versterkt door de buitenwerken, aangebracht onder Coehoorn en andere ingenieurs.
Van en ouden stadsringmuur ziet men op dit plan nog een fragment
op het Valkhof, loopende van de Burchtpoort tot de Ridderstraat. Het vormde de oostzijde
van het Hoogstraatje; op het Valkhof waren er reeds enkele huizen tegenaan gebouwd.
De gebouwtjes tegen den stadsmuur aan de Waal, bij de Meipoort, zijn
huisjes die de stad aan behoeftigen verhuurde. Na 1646 kwamen daar betere huizen te staan.
Binnen de stad trekken onze aandacht de kloosters, met hun afgesloten terrein en hun kerk,
waaraan nog betrekkelijk weinig veranderd is. Het klooster Mariënburg was door een
elleboog met de kerk verbonden; op het plan is dit abusivelijk voorgesteld, alsof de
elleboog langs het westeinde der kerk uitkwam. |
|
Ten oosten der afsluiting van de tuinen
staan de hekkenvormige ramen der lakenbereiders, (duidelijker afgebeeld op Plan III).
Putten en pompen in verschillende straten zijn getrouw
onderscheiden; de putten zijn gemetseld en voorzien van een over een rol loopend touw of
ketting. Reeds was men begonnen de putten door pompen te vervangen; aan den voet der
Smidstraat en in de Hezelstraat zijn dan ook pompen geteekend. Volkomen juist. Daar waren
de putten respectievelijk in 1621 en 1623 in pompen veranderd. Deze waren niet van een
zwengel, maar van een hefboom voorzien.
Op de Waal, aan den voet van den Lindenberg, vertoont zich een
samenstelsel van vier zware balken, desgelijks tegenover de Mei- en de St. Stevenspoort.
Dit waren bokken, tegen ijsgang gebouwd. Het huisje in het water, achter laatstgenoemden
bok, was een cabinet inodore, van den oever bereikbaar. Bij den Lindenberg liggen twee
watermolens op den stroom.
De Haven was gegraven in 1601 en volgende jaren. Aan de galg op het
Oranjebolwerk, No. 33, werden militaire misdadigers geëxecuteerd.
De galg en het rad in den voorgrond, te Lent, rechts van het fort
Knodsenburg, toonen de hooge gerechtigheid van de Nijmeegsche Schepenbank op dezen zoom
van de Overbetuwe, die tot het schependom behoorde. Zooals men ziet liep de dijk destijds
veel dichter langs de rivier dan thans. Hij werd verlegd in het einde der 17de eeuw. De
molen nabij de Belvedere is te dicht bij de stad geplaatst. Hij stond bijna een kilometer
verder oostwaarts, zooals het volgende plan aangeeft, en ook reeds beter is uitgedrukt op
het stadsgezichtje boven dit plan.
Karakteristiek voor den tijd waarin deze plaat vervaardigd werd, is de
schermutseling van een ruiterpatrouille met eenige maraudeurs, buiten de Hersteegpoort,
terwijl een landman op den Hoenderberg, op enkele meters afstand, rustig zijn akker blijft
beploegen. |