Dit
is het oudste plan onzer stad. Het is ontleend aan G. Braun en F. Hogenberg, Urbium
Praecipuarum Mundi Theatrum, Coloniae, 1572 en vandaar in vele andere dergelijke werken
overgenomen. Op de onderlinge verhouding. afmeting en juisten loop der straten, heeft de
teekenaar weinig acht geslagen. Toch is het plan, voor dien tijd, verrassend getrouw. Alle
kerken, kloosters en publieke gebouwen, die hier toen bestonden, zijn er op te vinden,
ofschoon de kloostergebouwen slechts zijn aangeduid door de enkele afbeelding van liet
daartoe behoorende kerkgebouw.
Men ziet op het plan de kerk van het Broerenklooster, aan de
Broerstraat, en de in 1894 afgebroken Regulierenkerk, aan de Molenstraat. Het
bijbehoorende klooster werd in 1591 ingericht tot een gasthuis voor oude lieden, waarin
aanvankelijk ook zieken werden opgenomen en verpleegd. Verder vindt men er de kapel van
het St. Nicolaasgasthuis, sinds 1670 de kerk der Luthersche gemeente; de. in 1650
afgebroken St. Janskerk, behoord hebbende tot de commanderij der ridders van St. Jan, waar
nu de Korenmarkt is; de St. Geertruidskapel, bij de Belvedere, gesticht in 1460, nabij, de
plaats waar de eerste Kerspelkerk gestaan had, ter herinnering aan de aldaar begravenen;
de St. Antoniuskapel, bij het plein van dien naam, eenmaal behoord hebbende tot het H.
Geesthuis; het in 1640 afgebroken klooster van de H. Maria Magdalena, dat zich langs de
Nonnenstraat uitstrekte van de Nonnentrappen tot de Priemstraat, en waarvan de herinnering
nog voortleeft in den naam dier trappen, de Nonnenplaats en het Proosthof; het klooster
Marienburg, waarvan de kerk nog bestaat; het klooster Hessenberg, vóór 1442 gesticht,
waar zich thans het R. C. Weeshuis bevindt; het klooster Bethlehem (waarvan de naam
bewaard bleef in een zijstraatje van den Hessenberg), dat van 1867 tot 1899 diende tot
Hoogere Burgerschool, en waarin nu scholen van het R. C. Parochiaal Armbestuur gevestigd
zijn; "het Cellenbroederenklooster aan Hessenberg en Pikkegas, later het
Stadsdolhuis, tegenwoordig een deel der Stadsbank van leening; de kapel der Cellen? of
Zwarte Zusters (St. Jacobsgasthuis), nabij Papengas en Hezelstraat, waarin van l659-1675
een glasblazerij werd uitgeoefend en die, thans ingericht tot woning en stallen, ten deele
nog bestaat (het glashuis); het Observantenklooster, in 1487 gesticht, nu kazerne der
Koloniale-reserve aan welks bestemming waarschijnlijk spoedig een. einde zal komen, en
eindelijk het Fraterhuis mede uit de 2de helft der 15de eeuw, aan de Bottelstraat, dat
eenmaal een bloeiende Latijnsche school herbergde, en later tot looihaven werd ingericht,
welke laatste op Plan. III te vinden is.
De afbeelding der verschillende kerken is een schematische, waarbij met
de juiste vormen van elk gebouw geen rekening is gehouden. Toch is in dit opzicht de
voorstelling der hoofdkerk (St. Steven) niet zonder belang, daar dit gebouw, met
verhoogden middenbeuk en kruisbeuk in het midden, in overeenstemming is met de gedaante
die de kerk oorspronkelijk moet gehad hebben. Ten tijde dat dit stadsplan werd
vervaardigd. was deze eerste vorm reeds sedert lang door verbouwing verloren gegaan,
zoodat ook hier ten slotte slechts aan een schematische afbeelding moet gedacht worden.
Aan de zuidzijde der kerk onderscheidt men de Apostolische School,
zooals deze in 1544 was verbouwd en aan drie zijden vrij stond.
Van de oudste vestingpoorten vindt men op het plan nog die aan het einde der Burchtstraat
(Burchtpoort) en de poort bij het benedeneinde der Molenstraat (Wiemelpoort). De kerkboog.
ofschoon in het onderste gedeelte in 1545 gereed gekomen (de bovenbouw volgde eerst in
1605), is slechts door een afsluiting aangegeven. |
|
De versterking der
stad bestond destijds uit een ringmuur met verdedigingstorens. Deze muur was gebouwd hij
de uitlegging der stad, die omstreeks 1467 voltooid was en waarachter, vroeg in de 16de
eeuw, een aarden wal werd opgeworpen. Vóór den ringmuur lag de stadsgracht, die. ten
gevolge van de hooge ligging der stad, droog was, uitgenomen dat gedeelte, hetwelk van de
Waal tot de Hezelpoort liep en als haven diende. Water stond ook in het noord-oostelijk
gedeelte, van de Waal tot de Hoenderpoort.
De ringmuur en wal eindigden aan de Waal. Van den
uitersten, noord-westelijken toren (St. Hubertustoren) liep een muur (zonder
verdedigingstorens) tot aan de St. Stevenspoort. In de middeleeuwen stond van daar tot aan
de Meipoort een haag - destijds gebruikelijk in plaats van palissadeering - die in 1382
met heide gestopt werd. De Meipoort bestond toen reeds. Toen de Staatsche troepen van uit
Lent de stad begonnen te beschieten, in 1590 liet de Raad den Waalwal opwerpen "om de
huvsen onder tegen het schieten te befryen". Vóór en achter dezen wal -werd een
haag geplant.
Van de Meipoort tot den Ooi- of Lappentoren, aan het N.-O.-einde der
stad, liep een muur met hier en daar een poort en een toren. Aan het Bezienderspoortje,
aan de Waal, heeft de teekenaar waarschijnlijk meer beteekenis gegeven dan het bezat.
Eerst van. het midden der 17de eeuw af werden er huizen gebouwd tegen
den ringmuur, tusschen de Mei- en de Kraanpoort; tusschen laatstgenoemde poort en de
Veerpoort, reeds in vroegere tijden. Vergelijkt men dit plan met een van lateren tijd, dan
zal men vinden, dat het over het algemeen juist is. Alleen aan den Waalkant was de
teekenaar danig de war. Waar hij de "Meyporte" plaatst behoort de St.
Stephenspoort te staan. "Die cleyn portyen" moest St. Antoniuspoort zijn. Ter
plaatse waar de Meipoort stond, einde lagemarkt, laat hij de huizenrij gesloten
doorloopen. Het in -1884 toegemetselde St. Jacobspoortje. tegenover het uiteinde der
Grootegas, ontbreekt, en tusschen de Veerpoort en de Ooi? of Lappentoren zijn, behalve de
Stratenmakerstoren, ten oosten van genoemde poort, twee torens voorgesteld, die op latere
plannen ontbreken, òf tot kleine uitbouwtjes aan het bovengedeelte van den muur zijn
gereduceerd.
Ook met de talrijke straten en stegen die uit de stad naar de Waal
loopen, is de ontwerper van het plan niet geheel juist. Tusschen de Papengas en de
tegenwoordige Vosstraat, vindt men zeven straten; het plan geeft er slechts zes. Dat is
onjuist. Die zeven bestonden toen reeds. Het kerkje dat buiten de stad, links van den
Kronenburgertoren, in een ovaal staat, zal wel een kapelletje moeten voorstellen op het
kerkhof van het voormalige, toen reeds gesloopte Minorietenklooster, welk convent in 1487
binnen de stad verplaatst werd. De begraafplaats bleef in gebruik. Men behoort zich deze
meer noordelijk te denken, ongeveer ter hoogte der tegenwoordige haven, maar daar was er
op het onderhavige plan geen plaats voor.
Aan de kostuums der figuurtjes moet men geen historische waarde
hechten, noch ze als Nijmeegsche klederdrachten beschouwen. Hetzelfde groepje komt bij
verschillende afbeeldingen van Nederlandsche en ook Duitse steden voor, en dient slechts
als stoffering. |