NUMAGA

Vereniging tot beoefening van de Geschiedenis van Nijmegen en Omgeving


Een voorganger van Numaga: Oppidum Batavorum

I. Het ontstaan van de vereniging
(Het materiaal op deze pagina is bij elkaar gezocht door Peter Houwen)

Oprichting van de vereniging:
De Gelderlander 8/9 mei 1902
Provinciale Geldersche en Nijmeegsche courant 8 mei 1902
. Statuten
Repertorium Noviomagense
Activiteiten van de vereniging
5 plattegronden van Nijmegen

Johan H. Graadt van Roggen

H.D.J. van Schevichaven

J.J. Weve

J.H. Graadt van Roggen

H.D.J. van Schevichaven

J.J. Weve

Het huidige Numaga is niet de eerste historische vereniging van Nijmegen. Van 1902 dateert de oprichting van een voorganger, een vereniging die de naam Oppidum Batavorum kreeg, en die geen lang leven beschoren was: in 1907 was de vereniging al weer ter ziele, naar verluidt omdat vele protestantse leden hun lidmaatschap opzegden uit onvrede met een geschrift van G.A. Meyer O.P. over 'Katholiek Nijmegen'. (L.J. Rogier, Numaga Rediviva. Numaga jrg. I, 1954, p.3).
In de korte tijd van haar bestaan wist de vereniging toch nog een aantal wapenfeiten op haar naam te schrijven. Ze organiseerde in het oprichtingsjaar een  historische tentoonstelling in de Nijmeegse schouwburg, en liet in de daarop volgende jaren verschillende publikaties het licht zien. Onder auspiciën van de vereniging verscheen in 1904 het eerste stuk van Katholiek Nijmegen door G.A. Meyer O.P. In 1905 verscheen het tweede stuk. In 1906 publiceerde Van Schevichaven het Repertorium Noviomagense, door Rogier  gekwalificeerd als "een bibliografie der Nijmeegse geschiedenis  van een zeldzame volledigheid"  (Rogier, ibid.). In 1907 verschenen nog twee publikaties: De Ontmanteling en Uitleg der stad Nijmegen, van Van Schevichaven en Weve, en een collectie van vijf oude plattegronden van de stad, van een uitgebreide toelichting voorzien door Van Schevichaven. (Rogier, ibid.).
Oppidum Batavorum heeft iets langer bestaan dan Rogier in zijn artikel vermeldt. In 1909 verschijnt nog een publikatie van de vereniging, vijf plattegronden van de stad ze zijn hier te bekijken). In de "Bodenboekjes" (zakboekjes/jaarboekjes) van Nijmegen van 1903 t/m 1912 wordt steeds Oppidum Batavorum vermeld, steeds met hetzelfde bestuur. Kennelijk is dat pas in 1913 op gehouden

De plaatselijke pers maakte in 1902 met trots en instemming melding van de oprichting van Oppidum Batavorum, zoals hieronder te lezen is.


Gelderlander 8_9-5-1902


gelderlanderkop

Een nieuwe Nijmeegsche vereeniging

     Gisteravond is een nieuwe vereeniging hier ter stede tot stand gekomen, die wij met groote ingenomenheid begroeten, omdat zij naar onze overtuiging veel nut kan stichten in het belang van onze stad. Het is namelijk een vereeniging, die zich ten doel stelt het werk voort te zetten, dat jaren lang werd verricht door een groot burger, maar door diens dood dreigde gestaakt te worden.
     Al spoedig na het overlijden van den onvergetelijken wethouder Joh. H. Graadt van Roggen rijpte bij onzen ijverigen stadsarchitect den heer J. J. Weve het denkbeeld, als hulde aan de nagedachtenis van dien hoogverdienstelijken Nijmegenaar een vereeniging in het leven te roepen, welke eenigermate voor onze stad kon zijn wat Graadt van Roggen voor haar geweest was.
     Diens ijver voor de belangen van Nijmegen wortelde in de liefde tot zijn vaderstad en die liefde vond op haar beurt voedsel in zijn bekendheid met haar roemrijk verleden, haar belangrijke geschiedenis. Welnu, er moest dus een vereeniging worden gevormd, die door de beoefening van Nijmegens geschiedenis, belangstelling en liefde zou wekken voor de stad onzer inwoning, welke liefde dan van zelf zou voeren tot ijverige werkzaamheid in haar belang.
     Dat mooie denkbeeld deelde de heer Weve mee aan vrienden en bekenden, aan diegenen onder zijn stadgenooten, bij wie hij daarvoor belangstelling en geestdrift mocht verwachten. Bij allen vond zijn plan een warm onthaal en toen hij op den 9en April ll., voor de eerste maal zijn medestanders samenriep in het hotel "Métropole" om het denkbeeld nader te bespreken, mocht het reeds dienzelfden avond verwezenlijkt heeten. In beginsel werd toen al tot vorming der vereeniging besloten, maar men besloot er nog geen ruchtbaarheid aan te geven, vóór men definitief de statuten had vastgesteld en de nieuwe vereeniging een naam geschonken had, waarmee zij in het licht der openbaarheid kon treden.
     Dien eersten avond werd aan een commissie, bestaande uit de heeren J. J. Weve, K. D. J. van Schevichaven en mr. C. G. J. Bijleveld, opgedragen die statuten te ontwerpen. In twee vergaderingen, op Dinsdag 29 April en gisteren 5 Mei in het hotel Métropole gehouden, werden die statuten behandeld en vastgesteld.
     Volgens die statuten heeft de vereeniging ten doel de geschiedenis van Nijmegen, bij voorkeur uit de bronnen, te leeren kennen en te doen kennen, zoomede het naar vermogen behartigen van alle belangen, die met den bloei en den vooruitgang van Nijmegen verband houden.

Zij zal dat doel trachten te bereiken o. a. door het uitgeven en uitzenden van geschriften en het houden van lezingen, voordrachten en besprekingen.
     Er zijn gewone leden, die minstens f 2.50 contributie betalen, correspondeerende leden, die elders wonen, en eereleden, die zich of in hun werkkring of door hun wetenschappelijken arbeid of op andere wijze in verband met het doel der vereeniging buitengewoon onderscheiden, terwijl ook een beschermheer kan gekozen worden.
     Jaarlijks zullen minstens vier vergaderingen worden gehouden, waarop aan de leden, in overleg met het Bestuur, de gelegenheid wordt gegeven tot het voordragen van opstellen en het doen van mededeelingen, den werkkring der Vereeniging betreffende. Eenmaal in het jaar wordt een buitengewone vergadering gehouden, die meer bijzonder ten doel heeft de Vereeniging in wijder kring bekend te maken en den band tusschen de leden te versterken, en waarop ook niet-leden kunnen toegelaten worden.
     In aard komt de nieuwe vereeniging dus vrijwel overeen met "Die Hage" te 's-Gravenhage. Ze zal den naam dragen van Oppidum Batavorum, den klassieken naam van de aloude stad der Batavieren, en in overeenstemming met het denkbeeld van den heer Weve, die met de stichting der vereeniging een hulde bedoelde aan den ons ontvallen onvergetelijken wethouder, werd aan den titel toegevoegd de vermelding: "gesticht ter nagedachtnis van Joh. H. Graadt van Roggen."
     Tot bestuur werd bij algemeene toejuiching gekozen de voorloopige commissie, bestaande uit de heeren Weve, Van Schevichaven en mr. Bijleveld, terwijl hun tevens bevoegdheid werd verleend, zich uit de leden nog eenige Bestuursleden toe te voegen. Volgens de statuten bestaat het Bestuur uit ten minste vijf en ten hoogste negen leden. Verder werd het Bestuur gemachtigd tot redactiewijziging der statuten, ingeval dit voor het verkrijgen der koninklijke goedkeuring noodig mocht zijn, terwijl den heer Weve de dank der vergadering werd betuigd voor de uitstekende wijze, waarop hij tot dusver de bijeenkomsten had geleid.
     Van onzen kant voegen wij daar gaarne onze warme hulde bij voor het door hem genomen initiatief en drukken de hoop uit, dat de vereeniging, waarvan hij de vader mag heeten, tot in lengte van dagen naar zijn bedoeling in het belang onzer stad werkzaam moge zijn, in den geest van den grooten Nijmeegenaar Joh. Graadt van Roggen.
De vereeniging vangt haar werkzaamheid aan met een dertigtal leden, dat zich, naar wij vertrouwen, spoedig nog zal uitbreiden.


DONDERDAG 8 MEI
PROVINCIALE GELDERSCHE EN
NIJMEEGSCHE COURANT

Oppidum Batavorum,
opgericht ter nagedachtenis van JOH. H. GRAADT VAN ROGGEN.

     Na het overlijden van den heer JOH. H. GRAADT VAN ROGGEN kwam bij velen zijner stadgenooten de wensch op, om de nagedachtenis van dezen voortreffelijken medeburger - die zoo innig veel hield van zijn vaderstad, dat aan haar vooruitgang, haar bloei en haar welzijn al zijn denken, al zijn werken was gewijd - op eenigerlei wijze te eeren. Men opperde verschillende denkbeelden, die echter even spoedig weder werden, losgelaten, totdat een mede-ingezetene - die gedurende twintig jaren bijna dagelijks met GRAADT VAN ROGGEN in aanraking was geweest en misschien beter dan iemand zich in zijn denken, zijn wenschen, kortom in alles wat hij voor Nijmegen gevoelde kon indenken - aan eenigen zijner bekenden een plan ontwikkelde, dat zeker wel het meest de goedkeuring van den overledene -als hij het had mogen kennen - zou hebben kunnen wegdragen.
     Geen steenen beeld op den doodenakker, op een openbaar plein of ten Stadhuize, meende men dezen grooten burger te moeten wijden, hoezeer dat ook gebruikelijk is. Neen, te zijner nagedachtenis paste een huldebetoon, meer in overeenstemming met zijn werkzamen, steeds voorwaarts strevenden geest. Hoe vaak heeft GRAADT VAN ROGGEN niet tot de jongeren gezegd : "wij bereiden de toekomst van Nijmegen voor, aan u is het daarop voort te bouwen." Welnu, die erfenis, door hem den Nijmegenaars gelaten, is door een aantal zijner vereerders aanvaard. Zij kwamen te zamen, vereenigden zich na vruchtbare discussiën en stichtten gisterenavond eene vereeniging, welker doel het is den geest, die mannen als GRAADT VAN ROGGEN bezield heeft in Nijmegen levendig te houden en ze wijdden dien nieuwen bond aan zijne nagedachtenis !
     "Oppidum Batavorum, opgericht ter nagedachtenis van JOH. H. GRAADT VAN ROGGEN", zal de naam der nieuwe vereeniging zijn en haar doel kunnen wij niet beter omschrijven dan hier te laten volgen artikel 1 van de gisteren vastgestelde statuten.
     "De Vereeniging heeft ten doel de geschiedenis van Nijmegen te leeren kennen en te doen kennen, en wel bij voorkeur uit hare bronnen, zoomede het naar vermogen behartigen van alle belangen, die met den vooruitgang en den bloei van Nijmegen verband houden.
     De Vereeniging zal trachten het beoogde doel voor zoover daaraan dienstig, te bereiken o. a. door het uitgeven en uitzenden van geschriften en het houden van lezingen, voordrachten en besprekingen."

     Deze Vereeniging zal bestaan uit gewone leden, correspondeerende leden en eereleden. De gewone leden betalen een contributie van minstens f 2.50 per jaar.
     Het Bestuur bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste negen leden, uit de gewone leden in de algemeene vergadering te kiezen.
     Aan het Bestuur is het voorbereiden en uitvoeren opgedragen van besluiten der ledenvergadering, evenwel met dien verstande, dat alleen het Bestuur beslist welke werken door de Vereeniging zullen worden uitgegeven. Het Bestuur is bevoegd voorwerpen aan te kopen, die voor het doel der Vereening nuttig kunnen zijn en zulke adviezen te geven als, in verband met het doel der Vereeniging van haar kunnen gevraagd worden.
     Met uitzondering van het archief der Vereeniging, dat te allen tijde onder het Bestuur blijft berusten, kunnen voorwerpen door aankoop of schenking verkregen, in bruikleen worden afgestaan aan het Museum van Oudheden te Nijmegen.
     Als regel geldt dat voor het leveren van bijdragen den leden geen honorarium wordt verstrekt. Als uitzondering kan, op voorstel van het Bestuur, door de ledenvergadering bij besluit hiervan worden afgeweken. Indien zij, die een bijdrage leveren, zich het auteursrecht daarvoor niet hebben voorbehouden, wordt de bijdrage het uitsluitend eigendom der Vereeniging.
     Reeds aanstonds zijn eenige tientallen van leden toegetreden die bij acclamatie de heeren H. D. J. van Schevichaven, J. J. Weve en mr. C. G. J. Bijleveld - de ontwerpers der statuten - tot bestuursleden benoemden met opdracht tot assumptie van andere bestuursleden.
     Zoo is dan gisteren met veel enthousiasme deze vereeniging gesticht, die zeker in de oude stad der Batavieren èn recht van bestaan èn eene toekomst heeft. Voortgesproten uit de behoefte, om door kennis van het verledene, de belangstelling voor het heden en de toekomst van deze op klassieken bodem gebouwde stad onder stad- en landgenooten levendig te houden en te doen toenemen, zal zij - wij zijn er zeker van - weldra een eereplaats innemen onder hare zusteren. Moge het haar dan ook niet aan steun ontbreken - steun, die in de eerste plaats kan worden verleend door toetreding als lid - doch die tevens onder verschillenden vorm mogelijk is. Dan zal er kunnen worden gearbeid in den geest van de mannen, die in een schoone toekomst van Nijmegen hebben geloofd en niet het minst in dien van den onvergetelijken JOH. H. GRAADT VAN ROGGEN. Naar boven


 

STATUTEN
DER
op 6 Mei 1902 ter nagedachtenis van den Heer Joh. H. GRAADT VAN ROGGEN
opgerichte Vereeniging, genaamd:
"OPPIDUM BATAVORUM" (STAD DER BATAVIEREN).
Goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 29 Augustus 1902 No 47.    

ARTIKEL 1.
     De op 6 Mei 1902 ter nagedachtenis van den heer JOH H. GRAADT VAN ROGGEN opgerichte Vereeniging draagt den naam van: "OPPIDUM BATAVORUM" (Stad der Batavieren) en heeft ten doel de geschiedenis van Nijmegen te leeren kennen en te doen kennen, en wel bij voorkeur uit hare bronnen, zoomede het naar vermogen behartigen van alle belangen, die met den vooruitgang en den bloei van Nijmegen verband houden.
     De Vereeniging zal trachten het beoogde doel te bereiken door het uitgeven en uitzenden van geschriften, het houden van voordrachten en besprekingen en het bezoeken van bezienswaardigheden.
     Politieke bemoeiingen zijn uitgesloten.
     De Vereeniging is gevestigd te Nijmegen.

     ART. 2.
     De Vereeniging wordt opgericht voor den tijd van 29 jaren, te rekenen van den dag der oprichting, den 6 Mei 1902.

     ART. 3.
     De Vereeniging bestaat uit: 1°. gewone leden, 2°. correspondeerende leden en 3° eereleden, terwijl ook een beschermheer kan gekozen worden.
     Gewone leden zijn zij, a. die zich als zoodanig bij het Bestuur opgeven en door het Bestuur bij meerderheid van stemmen worden aangenomen, en b. die na ten minste veertien dagen vóór de jaarlijksche algemeene vergadering door een of meer leden aan het Bestuur te zijn opgegeven, door de vergadering bij meerderheid van stemmen worden gekozen.
     Correspondeerende leden zijn personen, die buiten Nijmegen woonachtig, zich voor het doel der Vereeniging verdienstelijk gemaakt hebben en door het Bestuur als zoodanig bij meerderheid van stemmen zijn benoemd,
     Tot eereleden kunnen alleen zij benoemd worden, die zich of in hun werkkring, of door hun wetenschappelijken arbeid, of op andere wijze, in verband met het doel der Vereeniging buitengewoon onderscheiden of onderscheiden hebben. Zij worden op voordracht van het Bestuur of van ten minste tien leden in de jaarl. Alg. Verg. bij meerderheid van stemmen benoemd. Op gelijke wijze geschiedt de benoeming van een beschermheer.
     Men verliest het lidmaatschap: a. door opzegging; b. door royement, krachtens besluit der jaarlijksche algemeene vergadering, bij meerderheid van stemmen genomen, of indien men, na in gebreke te zijn gebleven zijne contributie op den gewonen tijd te voldoen, daartoe niet is overgegaan binnen veertien dagen na door het Bestuur schriftelijk te zijn aangemaand.

     ART. 4.
Alleen gewone leden zijn stemgerechtigd. Zij betalen een contributie van minstens f 2.50 's jaars, in te vorderen in de eerste drie maanden van elk jaar en daarenboven f o.25 voor een exemplaar der Statuten bij den aanvang van hun lidmaatschap. Correspondeerende en eereleden betalen geen contributie.

     ART. 5.
     Het Bestuur bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste negen leden, door en uit de gewone leden in de jaarlijksche algemeene vergadering te kiezen.
     Het kiest uit zijn midden een voorzitter, een ondervoorzitter. een penning-meester en een secretaris.
     Voor het eerste jaar treden als Bestuursleden op de Heeren: H. D. J. VAN SCHEVICHAVEN, J. J. WEVE, Mr. P. S. SCHEERS, O. LEEUW, Mr. A. VAN DER GOES, Jhr. Mr. O. F. A. M. VAN NISPEN TOT SEVENAER en Mr. C. G J. BIJLEVELD, allen te Nijmegen.

     ART. 6.
     Jaarlijks treedt een der Bestuursleden volgens rooster af. De aftredende is terstond herkiesbaar.

     ART. 7.
     Aan het Bestuur is het voorbereiden en uitvoeren van de besluiten der ledenvergadering opgedragen, evenwel met dien verstande, dat alleen het Bestuur beslist welke werken door de Vereeniging zullen worden uitgegeven. Het Bestuur is bevoegd voorwerpen aan te koopen, die voor het doel der Vereeniging nuttig kunnen zijn en zulke adviezen te geven als, in verband met het doel der Vereeniging, van haar kunnen gevraagd worden.
     De Voorzitter der Vereeniging vertegenwoordigt deze in en buiten rechten.

     ART. 8.
     Met uitzondering van het archief der Vereeniging, dat te allen tijde onder het Bestuur blijft berusten, kunnen voorwerpen door aankoop of schenking verkregen, in bruikleen worden afgestaan aan het Museum van Oudheden te Nijmegen.

ART. 9.
     De beschermheer en ieder der in Art. 3 opgenoemde leden, ontvangen een exemplaar van de door de Vereeniging uitgegeven. werken, van het tijdstip af waarop het lidmaatschap aanvangt.
De vóór dien tijd uitgegeven werken zijn voor hen verkrijgbaar, voor zoover de voorraad strekt, tegen een door het Bestuur te bepalen prijs.

     ART. 10.
     Jaarlijks zullen minstens vier gewone vergaderingen van gewone leden gehouden worden, waartoe ook eereleden, correspondeerende leden en de beschermheer toegang hebben.
     Op deze vergaderingen wordt aan de leden, in overleg met het Bestuur, de gelegenheid gegeven tot het voordragen van opstellen en het doen van mededeelingen, het doel der Vereeniging betreffende.
     De eerste gewone vergadering na 1 Maart is de jaarlijksche Algemeene Vergadering. In deze vergadering, die voor 1 Juni moet gehouden worden, brengt de Secretaris verslag uit over den toestand der Vereeniging en doet de Penningmeester rekening en verantwoording van zijn beheer.
     Zoo mogelijk, wordt eenmaal in het jaar een buitengewone vergadering gehouden, waarop alle in Art. 3 genoemde leden en de beschermheer toegang hebben. Deze vergadering heeft meer bizonder ten doel om de Vereeniging in wijder kring bekend te maken en den band tusschen de leden te versterken. Tot deze vergadering kunnen niet-leden worden toegelaten op door het Bestuur te bepalen wijze.

     ART. 11.
     Alle besluiten worden met meerderheid van stemmen genomen. Over zaken wordt mondeling, over personen schriftelijk gestemd.
     Wordt bij een eerste stemming over personen geen volstrekte meerderheid verkregen, dan heeft er opnieuw een vrije stemming plaats.       Zoo dan nog geen volstrekte meerderheid verkregen is, heeft er herstemming plaats tusschen de twee personen, die die meeste stemmen op zich vereenigden.
     Bij staking van stemmen over personen beslist het lot; over zaken de stem des Voorzitters.

     ART. 12.
     Als regel geldt, dat voor het leveren van bijdragen den leden geen honorarium wordt verstrekt. Als uitzondering kan, op voorstel van het Bestuur, door de ledenvergadering hiervan bij besluit worden afgeweken.
Indien zij, die een bijdrage leveren, zich daarvan het auteursrecht niet bij de inlevering hebben voorbehouden, wordt de bijdrage het uitsluiten eigendom der Vereeniging

     ART. 13.
     De uitgaven der Vereeniging verschijnen op onbepaalde tijden.

     ART. 14.
     Voorstellen tot wijziging dezer Statuten kunnen alleen door gewone leden worden gedaan.
     Zij moeten minstens veertien dagen vóór de jaarlijksche Algemeene Vergadering hij het Bestuur zijn ingediend en behoeven voor hunne aanneming 2/3 der uitgebrachte stemmen. Zij treden niet eerder in werking. dan nadat daarop de Koninklijke goedkeuring is verkregen.
     Ingeval tot ontbinding der Vereeniging wordt besloten, worden de eigendommen der Vereeniging aan de gemeente Nijmegen geschonken, met inachtneming der bepalingen van Art. 1702 van het Burgerlijk Wetboek en Art. 194 van de Gemeentewet.

     ART. 15.
     Een Huishoudelijk Reglement regelt, voor zooverre niet met deze Statuten strijdig, den tijd en de wijze van aankondiging der gewone, buitengewone en bestuursvergaderingen, het bedrag en de wijze van de inning der contributiën, den tijd en de wijze van aftreding der Bestuursleden, de regeling der werkzaamheden van ieder Bestuurslid en voorts alles wat de vergadering in het belang der Vereeniging, der leden of der goede orde wenschelijk acht.

     ART. 16,
     Het Vereenigingsjaar loopt van 1 januari tot 31 December.

     ART. 17.
     Ten slotte wordt het Bestuur gemachtigd, ter erkenning van de Vereeniging als rechtspersoon, de Koninklijke goedkeuring op deze statuten aan te vragen en daarin alsnog zoodanige wijzigingen aan te brengen als voor het verkrijgen dier goedkeuring zullen noodig zijn.
Aldus vastgesteld in de Vergadering van de 6 Mei 1902.

Het Bestuur: J. J. WEVE, Voorzitter.
Mr. C. G. J. BIJLEVELD, Secretaris.
Mr. P. S. SCHEERS, Penningmeester
Mr. A. VAN DER GOES.
F. J. O. LEEUW.
Jhr. Mr. O. F. A. M. VAN NISPEN TOT SEVENAER.
H. D. J. VAN SCHEVICHAVEN. Naar boven


VEREENIGING OPPIDUM BATAVORUM.
Repertorium Noviomagense.
Proeve van een Register van Boekwerken
en geschriften betrekking hebbende
op
DE STAD
en het Rijk van Nijmegen.

Bewerkt door
H. D. J. VAN SCHEVICHAVEN, Gemeente-Archivaris.
NIJMEGEN,
F. E. MACDONALD
1906.  

     VOORWOORD.
     Het repertorium dat hierbij den leden der Vereeniging Oppidum Batavorum wordt aangeboden, beoogt het geven van een systematisch register van boekwerken, bijdragen, verhandelingen, dagbladartikelen, enz. enz. de stad Nijmegen betreffende. Dat daarbij van volledigheid geen sprake kan zijn, zal elkeen begrijpen. Het onderwerp is te uitgebreid, de geschriften zijn te zeer verspreid, dan dat iemand zou durven hopen daarmede in zijn geheelen omvang bekend te zijn. Daarbij rees de vraag, wat op te nemen, wat uit te sluiten ? Misschien heb ik in sommige opzichten te weinig opgegeven, in andere te veel plaats ingeruimd aan onbelangrijke zaken. Dergelijke tekortkomingen zijn haast onvermijdelijk, doch zooveel de omvang mijner compilatie toeliet, heb ik getracht mij te houden aan het nuttige oude motto : "Elck wat wils". Zoo - konden dan ook plakkaten, publicaties en dergelijke zaken niet geheel achterwegen blijven, daar zij een betrouwbaar inzicht geven in de maatschappelijke ontwikkeling der Stad, en ons de vaderlijke zorg van derzelver bestuur voor oogen stellen. Doch het onder die rubriek bijeengebrachte moest uit den aard der zaak uiterst onvolledig blijven. Dergelijke stukken, ware eendagsvliegen, zijn uitermate ephemeer. Om verschillende redenen was het verkieslijk deze serie aftesluiten met het einde der 18e eeuw. Op enkele uitzonderingen na, zijn alle titels afgeschreven naar de oorspronkelijke drukken, en is alles (behalve het kwistige gebruik van hoofdletters) getrouw wedergegeven, wat op de, bij de geschriften van ouderen datum veelal breedsprakige titelbladen te lezen staat. Waar ik de geschriften zelven niet te zien heb gekregen, en de titels moest afschrijven uit gedrukte catalogussen, die deze veelal afkorten, is dit kenbaar aan de reien punten waarmede het uitlaten van woorden is aangeduid. Verder zijn er enkele drukwerken wier voormalig bestaan mij gebleken is, doch die ik in geen der door mij bezochte bibliotheken heb mogen aantreffen, noch in gedrukte catalogussen vermeld vond. Zoo leest men, b.v. in een raadsbesluit van 6 Maart 1618, dat de om het geloof uit Aken geweken protestanten klaagden bij den Raad, dat zij "onschuldich gelasterd worden, door een boecksken, door een der drie predikanten te deser stede in het licht gegeven".Dat boekje schijnt ten eenemale verloren gegaan te zijn. Den 28 October 1707 protesteerde de Raad tegen het gebruik van militairen in de Wageningsche geschillen, en besloot dat het deswegen door hem ingediende protest "met den druck sal worden gemeen gemaakt, en aan Haar Ho. Mo. toegesonden". Den volgenden dag vond men goed deze missive per expres af te zenden. En 9 November daaraan volgende :
"Verlesen tdebath deser stadt, dienende op het antwoordt van de ridderschap en de vier steden van Veluwe, en 't selve geapprobeert, om met praeallabele concurrentie van de gemeynsluyden gedruct te worden". Geen dezer beiden is mij onder de oogen gekomen. Verloren gegaan schijnt ook een "Species facti en Sententie van een scandaleuze zaak, afpersing door twee luitenants tegen den koster der kleine [Broer-]kerk", waarvan de Nederlandsche Jaarboeken, 1753, bl. 701, zeggen, dat het "gedruct bij van Goor, alom te bekomen" is. Zoo moet er natuurlijk meer teloorgegaan zijn. Een alphabetisch register scheen mij bij dit repertorium overbodig, aangezien de afdeeling in rubrieken het onderzoek in een geschriftje van zulk een beperkten omvang als het onderhavige, voldoende vergemakkelijkt.

NIJMEGEN, 30 October 1906. V. S.

INHOUD.
Oppidum Batavorum 1
Romeinsche Oudheden 2
De Stad Nijmegen 8
De Burcht en de Kapellen 12
Kerken en Kloosters 15
De Apostolische School in de Quartierlijke Academie 20
Gestichten en Gebouwen 21
De wallen en de Ontmanteling 27
Nijmeegsche Geschiedenis 29
Pamfletten en andere geschriften betreff. burgertwisten en bewegingen 41
Ordonnantien en Publicatien uitgevaardigd bij het Bestuur 63
Zeden, Gebruiken en Gewoonten 72
Rechtspleging 74
Varia de Stad betreffende 76
Het Rijk van Nijmegen en het Schependom 90
Spoorwegen 97
Aanhangsel. Biographieën en Genealogieën van beroemde Nijmegenaars 101
N.B. De letters P. G. N. C. beduiden: Provinciale Geldersche- en Nijmeegsche Courant


Aanhangsel (bij het Repertorium Noviomagense).

Biographiën en genealogiën van beroemde Nijmegenaars

De hier opgesomde personen waren Nijmegenaars van geboorte, of hebben te dezer stede geleefd. Zijn zij vermeld in Van der Aa's Biographisch Woordenboek, dan is onderstaand de bladzijde opgegeven van het deel, waarin hun naam aldaar, volgens alphabetische rangorde, te vinden is. Daartoe wordt verwezen naar de folio uitgave van dat werk, van Van Harderwijk en Schotel. In de meeste gevallen vindt men daar bronnen opgegeven voor verder onderzoek, alsmede lijsten der door geleerden en letterkundigen in casu uitgegeven geschriften. Het spreekt van zelf, dat de beroemdheid en bekendheid van de meesten der genoemde personen zeer betrekkelijk zijn. Immers "tel brille au second rang, qui s'éclipse au premier." In vele gevallen zou men dan ook kunnen volstaan met de "beroemdheid" terug te brengen tot: "onder hun tijdgenoten te dezer stede bekende personen."

AELBERTS, G. portretschilder + omtr. 1765. Aa 54.
ALEXANDER, F. S. Geneeskundige 1787-1854. Aa 54.
ANTONIANUS, J. (Johan van St. Anthonis) prior van het Broerenklooster, Aa 99..
ARNTZENIUS, J. H. rector der Apost. School. Letterkundige 1735-1797. Aa 119.
BERGHEN, W. VAN, Geld. Kroniekschrijver 15e eeuw. Aa 106. Sloet, Voorwoord bij zijn "uitgave van Van Berchen's Kroniek. Van Schevichaven. Penschetsen I, bl. 53. (Omtrent van Berchen's Kanunnikaat, dat door Sloet betwijfeld werd, bestaat thans zekerheid. In de Brabantsche Kroniek noemt hij zich: ego Wilhelmus de Berchen, canonicus ecelesie imperialis urbis Novi[ma]gensis." Nogmaals in de Kroniek van Arkel, die hij zegt geschreven te zijn: "per me Wilhelmum de Berchen, canonicum ecclesie almiflui signiferi prothomartiris Stephani, insignis Novimagensis Coloniensis diocesis." Beide deze geschriften berusten in de Bourgondische bibliotheek te Brussel Bijdr. Vad. Geschied. en Oudheidk. 4e R. D II, bl. 27.)
BERGH, L. VAN DEN, dichter 17e eeuw. Geld. Volksalm. 1837. Van Schevichaven P. G. N. C. 27 Nov. 1898.
BERGH, L. Ph. C. VAN DEN, rijksarchivaris en letterkundige. Levensber. d. afgest. medel. v. d. Mij. v. Nederl. Letterkunde, 1882.
BERKENBOOM, B. Kunstschilderes †1771. Aa 130. - - - - - - - - - - - M. Kunstschilder. † omtr. 1710. Aa 130.
BETOUW, J. IN DE, rechtsgeleerde en oudheidkundige, 1731 1820, Aa 140.
BEYERINCK, F. waterbouwkundige 1766-1838, Aa 84. - - - - - - - - - W. " 1756-1808, Aa 84.
BORN, D. godgeleerde. Slichtenhorst bl. 37.
BOSKAM, J. stempelsnijder, 17e eeuw, Aa 317.
BRONKHORST, J. VAN (Joh. Novio- of Neomagus); letterk. en mathematicus 1494-1570; Aa 434.
BUSAEUS (BUYS,) G. Godgeleerde, 1538-1581. Aa 511
- - - - - - - - - - - - J " 1547-1611. ,, 511
- - - - - - - - - - - - P " 1540-1587 ,, 511
CANIS, H. rechtsgeleerde 1531-1619, Aa 33.
- - - - - J. ook Canisuis, burgemr. van Nijm. 1-1553, Aa 31.
CANISIUS, J. contrapuntist, 1554-1617, Aa 31.
- - - - - - - - P. godgeleerde S. J. 1521- 1577 (1597?) Aa 33. Pfülf, 0, der selige p. P. Canisius. in seinen tugendreichen Leben dargestelt. Einsiedlen, Waldshut. Koln. 1897, mit illustr. Michel, P. L. Vie du bienh. Pierre Canisius, d'après le p. J. Boero et des documents inédits av. grav, 1897. ; Braunsberger, 0. De zal. Petr. Canisius, Korte levensschets en gebeden; naar het Duitsch, Leid. 1897. Wiel, G. W. van de, De zal. P. Canisius, een leerzame geschiedenis voor Roomsch en Protestant. Arnh. z. j. Seguin, E. Leven van den gelukz. P. Canisius, vert. door P. Bongaerts. bijgewerkt, enz. door H. J. Allard (1897). De eerwaarde pater P. Canisius. Godsdienstvr. 1829, XXIII. 259; 1840, XLV, 270. De gelukz. P. Canisius, Aldaar, 1864, XCIII, 147; 1865 XCIV, 230; XCV, 34, 134, Allard, H. J. De zal. P. Canisius, Pius Alm. 1882, m. portr. ; Dezelfde: Canisiana, Stud. op godsdienst. wetensch en letterk. gebied, 30e jrg. D. L., LII, LVII; Brouwers, J. W. Petr. Canisius, Kath. Volkalm. 1866; Nieuwenhoff, W. van, Een beroemd Nijmegenaar der XVIe eeuw, Stud. op godsdienstig. enz. XLIX, 1. Dezelfde. Twee jaren arbeids van Canisius; aldaar LI, 249; Looijen, A. A. Het feest ter eere van den zal. P. Canisius, te Nijm. Ver. Chr. St. XX. 1866, 321. Een protestantsche stem over den zal. P. Canisius (vertal. van een artikel in de Alg. Schweizer Zeitung) de Gelderlander 2 Maart 1900; Lans J. R. van der. De zal. P. Canisius, Kathol. Illustr. XXXI. 153; 304. Bergh. L. Ph. C. Het Nijm. geslacht Canis. Nijhoff's Bijdr. N. R. D. IV. Bongaerts P. Stamlijst der familie Canis. 's Gravenh. 1865. Von Brücken Fock, B. F. W. Canisiana. Geneal. Herald. Archief 1900.
CLEMENS, C. H. dichter en letterkundige, 1808-1841. Aa 131.
CRANEFELDT, F. VAN, staatsman 1473-1564, Aa 255.
CULTIFICIS, (Messemakers) E. godgeleerde (gaf het eerste boek uit dat te Nijmegen gedrukt werd), 15 eeuw. Aa 281 uitvoeriger Meijer, G. A. Dominikaner klooster en statie te Nijm. 1892, bl. 43.
DIEMERBROECK, Y. VAN, geneeskundige; 1606-1674. Aa 50.
DRIELLIUS, G. godgeleerde, 16° eeuw. Aa 104.
EYNDEN, F. VAN DEN, Kunstschilder, 1694-1742, Aa 92.
- - - - - - - J. kunstschilder, 1733-1824 Aa 92.
- - - - - - - R. Met v. der Willigen schrijver der Geschied. d. vad. Schilderk. 1747-1819. Aa 92.
FABER, P. godgeleerde. 1479-1525. Aa 1.
FABRITIUS, G. prof. in de godgeleerdh. t 1628. Aa 3. FAGEL, F. N. Krijgsman 1645-1718. Aa 9.
- - - - - - N. Staatsman, 1620-1695. Aa 5.
FALCOBURGENSIS, G. (van Valken burg) 1538-1578. Klassieke taal- en oudheidkundige; dichter, Aa 11.
FRANCKEN, A. godgeleerde, 1.790-1857, Aa 60.
GELDENHAUER, G. (Noviomagus, van Nimwegen), geschied.schrijver. Prinsen, J. Bijdr. tot de kennis van G. G.'s leven en werken, 1898; Collectanea van G. G. 1901.
GENT, C. VAN, staatkundige. 17e. eeuw. Aa 32. (Zie aldaar verschillende andere beroemdheden uit dit Nijmeegsche geslacht.)
- - - - W. VAN, (Gentius) rechtsgeleerde 16 eeuw, Aa 31.
GORIS, L. 1569-1632, laatste Kanselier van Gelderl.; Lat. dichter. Nijhoff; Bijdr. 2e. S. IV, bl. 344.
HAPS, P. VAN, dichter, 17e eeuw, Aa 50.
- - - - - F. W. VAN, tooneeldichter, 17e. eeuw, Aa 50.
HENGST, W. Kunstschilder † 1784, Aa 180.
HEUCK, H. uitvinder van de gierbrug † 1677. Van Schevichaven, H. Heuck, Penschetsen III. Oud Holland, 1902.
ROET, C. TEN, dichter en schrijver van "het Geld. Lustoord", 1796-1832. Geld. Volksalm. 1835; Aa 269.
H00GERS, W. K. teekenaar 1774. Aa 349. - - - - - - - - H. teekenaar 1747-1814, Aa 349.
JODE, P. DE, graveur, 1511-1567. Aa 47.
JORDANAEUS, J. (Jordens) geleerde (S. J.) † 1679.
KALL of CALL, J. VAN uurwerk- en klokkenmaker 17e.eeuw. Aa, 8. Van Schevichaven, Penschetsen 1, bl. 85.
- - - - - - - - - - J. VAN, Jr. teekenaar, 1655-1703, Aa 8.
KNIP, N. F. Kunstschilder 1742-1809. Aa 82.
KONINGSTEIN, ANT. VAN, bijgen. Brouckwy, godgeleerde + 1541, Aa 95.
KRAYENHOFF, C. R. T. Generaal Ingenieur Aa, 124: H. A. Tydeman, Levensbijzonderheden van den luit. gen. Baron K. Nijm. 1844 met portr. Tijdspiegel, April 1894.
LAAR, J. 0. VAN, portretschilder, 1648, Aa 3.
LAMAIR, Kunstschilder 18e. eeuw. Aa 18.
LANGEVELD, R. VAN, Kunstschilder en bouwkundige 1635-1695, Aa 43.; van Schevichaven, Penschetsen I.
MAN, A. W. DE, zeeofficier. 1793-1859, Aa 35.
- - - - M. J. DE, Geneeskundige 1731-85, Aa 35.
- - - - -M. J. DE, Jr. krijgsman, 1765-1838, Aa 35.
MAN, A. W. H. NOLTHENIUS DE, Ingenieur van de water-staat en teekenaar 1793-1843. Aa 36.
MEIJER, J. reehtsgeleerde, 1566-1622, Aa 224.
MERA, A. DE, (van der Mere), godgeleerde + 1505, Meijer, Dominik. Klooster, te Nijm., bl. 51.
MULLER, C. F. componisten toonkunstenaar, geb. 1696. Aa350
NIJLEN, A. godgeleerde; laatste bisschop van Groningen, + 1608, Aa 119.
NIJMEGEN, A. VAN, Kunstschilder, Navorscher 1863, bl. 309 ; Kobus en de Rivecourt. Biogr. Handl. d. Nederl. II. 439; Immerzeel, Holl. en Vlaam. Schilders II. 272.
- - - - - - - - - E. VAN, Kunstschilder, 1667-1755. Aa 130.
- - - - - - - - - J. VAN, verluchter, 15 eeuw Meijer. Dominik.klooster. bl. 54.
- - - - - - - - - S. Kunstschilderes. Aa 130.
- - - - - - - - - T. VAN, Kunstschilder Aa 130.
NOORT, A. VAN, 16e eeuw. Guicciardini noemt hem den uitvinder der kunst om "christallijn" te bakken en te verven. Guicciardini, Beschrijvingh (1617.) blz. 128.
NOODT, G. rechtsgeleerde, 1647-1725, Aa 90.
ORTGEN, A. beroemd glasschilder 15'. eeuw. Geldenhauer's Collect. ed. Prinsen, p. 73.
ROMBORGH, Kunstschilder 18'. eeuw. Aa, 136.
ROUKENS, J. M. rechtsgeleerde, geb. 1702. Aa 158.
- - - - - - - - W. Burgemeester. enz. † 1705. Aa 157.
- - - - - - - - A. A. Autobiogr. Aanteekeningen. Bijdr. en Meded.van Gelre D. VI. (Voor andere leden van dit geslacht z. v.d.Aa. Biogr. Wb. in voce.)
SANDBECHIUS (van Sandbeeck) D. wis- en sterrekundige 16e. eeuw. Aa 31.
SCHONCK, E. J. B. rector, dichter en prosaschrijver, 1745-1821, Aa, 123.; A. G. v. C. Iets over E. J. B. Schonk, Geld. Alm. 1851. Staats Evers, Iets over Mr. E. J. B. Schonck benevens enkele zijner onuitgegeven gedichten. P. G. N. C. 5 Nov. 1893.
SELLIUS, B. graveur, 16e. eeuw. Aa 188.
SMETIUS, J. predikant en oudheidkundige, 1599-1651, Aa350; Kist en Roijaards Archief voor Kerk. geschied. IV, bl. 119.
- - - - - - - FIL. predikant en oudheidkundige, 1636-1704, Aa 236
SMIT, H. of SMIT, J. godgeleerde, 1639-1710 Aa 242.
STOCADE, N. VAN HELT, kunstschilder, 1614-1669, Aa 317; Moes, Amst. Jaarboekje, 1902; van Schevichaven Penschetsen III.
SUCHTELEN, J. H. VAN, bouwkundige en teekenaar. 1722-1768. Aa 334.
SWEERTS, Y. zeeheld. 1622-1673 Aa 348.
TEYLER, J. Hoogleeraar, daarna kunstschilder en graveur t 1712. Aa 27.
TRICHT, A. VAN, (Trichtius), letterkundige en dichter 1510-1580. Aa 63.
TRIEST, J. E. VAN, geschiedschrijver, 1589, Aa 64.
VENATOR, J. predikant alhier 1592-1598. Lindeboom, J.Venator. Eene bijdrage tot de vroegste geschied. der Remonstranten Ned. Arch. voor Kerkgesch. D. IV. 1905.
VONCK, C. W. rechtsgeleerde 1725-1769. Aa 98; Y. H. Rogge. Oud Holland 1899.
WART, D. A. VAN DE, teekenaar en tooneelschrijver 1768-1824, Aa 17.

Commentaar? Suggesties? Vragen?
Mail ons: info@numaga.nl  
Laatst bijgewerkt:
08-11-2007