NUMAGA

Vereniging tot beoefening van de Geschiedenis van Nijmegen en Omgeving


Het ontstaan van Numaga
Numaga-activiteiten 2003
Numaga lezingen 2003
50 jaar Numaga: het jubileum 2004
. Tom van Rijn en de KUN-historie
De voormalige Aula van de KUN
Carolus Magnus in 1940

Rede van Numaga-voorzitter dr. J. Brabers bij de presentatie van het Jaarboek Numaga 2003, zaterdag 29 november 2003 in de voormalige aula van de universiteit aan de Wilhelminasingel

Op de kaft van het Jaarboek dat u straks in handen krijgt, staat vermeld dat wij van doen hebben met de vijftigste jaargang. Na 37 jaargangen van het tijdschrift Numaga, dat vier keer per jaar verscheen (de meesten van u kennen dat tijdschrift met de gele kaft nog wel), ziet vandaag de dertiende editie van het Jaarboek Numaga het licht. Een en ander duidt aan, dat Numaga aan de vooravond staat van een bijzonder jaar. In 2004 is het vijftig jaar geleden dat onze vereniging werd opgericht.

De geboorte van Numaga
prof. dr. L.J. Rogier, ca. 1950Op vrijdagavond 21 mei 1954 zag Numaga in de Raadzaal van het Nijmeegse stadhuis het levenslicht. Dat geschiedde "onder verrassend grote belangstelling van de kant van overheid en burgerij", aldus prof. dr L.J. Rogier, de eerste voorzitter, in zijn openingsartikel van het eerste nummer van Numaga. Rogier meende in die opmerkelijke interesse een uitdrukking te zien van "een bij vele bewoners van Nijmegen bestaande wil" om het eigen historische bewustzijn te verlevendigen en om de kennis van de geschiedenis van Nijmegen en omgeving te verbreden en te verdiepen. Een halve eeuw later heeft die wil nog niets aan kracht en betekenis ingeboet. Integendeel, zo blijkt uit een vergelijking van het program van Numaga in 1954, zoals verwoord door Rogier in zijn oprichtingsrede, met dat van heden. Ofschoon het voor een historicus geen pas geeft dergelijke vergelijkingen te trekken, bezondigen wij ons er ditmaal toch aan, al was het maar omdat daarmee in één oogopslag duidelijk wordt dat het de vereniging goed is gegaan.

Wat wilden de oprichters en wat komt daarvan, een halve eeuw later, terecht?
Publicaties van Numaga
Als eerste taak noemde Rogier de driemaandelijkse uitgave van het tijdschrift "Numaga", met een gemiddelde omvang van 24 bladzijden. Welnu, zoals bekend verzorgt Numaga heden ten dage de uitgave van niet één, maar twee tijdschriften: het vijf keer per jaar verschijnende Nijmeegs Katern en het Jaarboek Numaga, met tezamen een veelvoud aan bladzijden gewijd aan de Nijmeegse geschiedenis. Terzijde wil ik daaraan nog het volgende toevoegen. Het moge klinken als een oratio pro domo, maar dat neemt niet weg dat ik uit de grond van mijn hart meen, dat beide redacties, die van het Katern evengoed als die van het Jaarboek, waarlijk ons aller bewondering verdienen. Het is telkens weer een opgave om de tijdschriften op goed niveau gevuld te krijgen, en telkens opnieuw tonen de redacties voor hun taak berekend te zijn. Zo weet ik uit de eerste hand, dat de redactie van het Jaarboek, en dan met name de redactiesecretaris Willem Jan Pantus, de afgelopen tijd een bewonderenswaardige hoeveelheid geduld aan de dag heeft gelegd met één van de auteurs in het Jaarboek, nota bene de voorzitter van de vereniging. Ik zal u alle wederwaardigheden besparen, maar wees ervan verzekerd dat Pantus in al zijn voorkomendheid tot het uiterste is gegaan om het Jaarboek een evenwichtige samenstelling te geven. Vanaf deze plaats wil ik hem en de overige redactieleden daarvoor hartelijk danken, zowel in mijn rol van voorzitter als in die van auteur.

De "spreekbeurten"
Een tweede doelstelling van Rogier was om "tenminste eenmaal per jaar een vergadering met een spreekbeurt" te houden. Vijftig jaar later organiseert Numaga jaarlijks structureel 5 à 6 van dergelijke bijeenkomsten. Ik roep die van dit jaar nog even in herinnering:
willemkenOp dinsdag 14 januari 2003 hield A.E.M. Jansen voor een volle aula van Museum Het Valkhof een lezing onder de titel: Willemken van Wanray als auteur van een Nijmeegs egodocument. Wat een remonstrantse vrouw als fervent tegenstandster van gewetensdwang te Nijmegen rond 1620 om den gelove zoal heeft moeten doorstaan. Ons ere-lid, mevrouw Peters-Moormann, ontving die avond uit handen van de spreker het eerste exemplaar van zijn boek over Willemken van Wanray. Mevr. Netty Van Oss-Van den Heuvel van het Nimweegs Soap Theater droeg op deze avond enkele passages uit de memoires van Willemken in het 'Nimweegs' voor.
Op dinsdag 2 april hield ikzelf na afloop van de algemene ledenvergadering een spreekbeurt over de stand van zaken omtrent de in 2005 te verschijnen Stadsgeschiedenis van Nijmegen.
Op dinsdag 9 september presenteerden Kien van Hövell en Hettie Peterse, werkzaam bij het gemeentelijke Bureau Architectuur en Monumenten, een lezing onder de titel: Nieuwe ruimte voor cultuurhistorie, een ontwikkelingstaak.
Op zondag 12 en op zondag 19 oktober ten slotte presenteerden Numaga en de Vrienden van Museum Het Valkhof gezamenlijk enkele zeer druk bezochte lezingen door Karin van Lieverloo over Jan Toorop als portrettist.

Een Stadsgeschiedenis
Voorts had Rogier nog twee bijzondere projecten in het vizier. Het bestuur zou "het zijne (moeten doen) voor een waardige viering" van het 1850-jarig bestaan van de stad in 1955, én het zou, "zodra het zich daartoe gerechtigd acht", de verwezenlijking van een lang gekoesterd plan ter hand moeten nemen: "het doen samenstellen van een wetenschappelijk-verantwoorde, maar in de goede zin populaire Geschiedenis van Nijmegen". Wat dat eerste betreft, heeft het bestuur zich indertijd goed van zijn taak gekweten; in navolging initieerde het huidige bestuur de viering van het 1900-jarig bestaan (of, zo men per se wil: het 2000-jarig bestaan) in 2005. En naar bekend deed het bestuur dat in combinatie met het tweede streven van Rogier: het in gang zetten van de voorbereiding van een Nijmeegse stadsgeschiedenis, die in 2005 het licht zal zien.

Internet, Numaga-reizen en monumentencommissie
Daarnaast ontplooit het huidige Numaga activiteiten die door Rogier in 1954 niet werden, of eenvoudig niet kónden worden voorzien. Met dat laatste doel ik uiteraard op de webmaster die onze internetsite beheert. En met dat eerste refereer ik bijvoorbeeld aan onze reiscommissie, die dit jaar een vierdaagse reis naar de historisch beladen noordoost-hoek van Frankrijk ondernam. Het reisgezelschap van 52 deelnemers en vier deskundige begeleiders, Maria Oud, Melchior Bogaarts, Piet Wermenbol en Gerard van de Ven, werkten onder het motto: Nijmegenaren verkennen hun oude midden-rijk een druk programma af, dat, naar verluidt, wederom als zeer geslaagd werd beschouwd.
Ook de Numaga monumentencommissie verdient hier vermelding. Zij hield zich dit jaar onder meer bezig met panden gelegen aan de Van Schaeck Mathonsingel, de Van Berchenstraat en de Dominicanenstraat, maar ook met de Hessenberg, het Kronenburgerpark en zelfs met de op handen zijnde verhoging van de waterkeer van de Waalkade.

Numaga en het behoud (of niet) van Nijmeegse monumenten
In 1954 zag Rogier voor Numaga geen functie als monumentenbeschermer weggelegd. En dat is, gezien vanuit het heden, misschien merkwaardig, te meer omdat Rogier wel degelijk oog had voor de historisch-esthetische waarden van het uiterlijk van de stad. De stad lag er, dat moet men Rogier nageven, in 1954 niet florissant bij. Het was, zo meende hij, "moeilijk om de stad haar ouderdom aan te zien". "Voor ons, sterfelijke en ijdele mensen mag zoiets een compliment zijn, van een stad gezegd, is het een verwijt", zo zei Rogier op zijn geheel eigen wijze. "Een stad is meer dan de woonplaats van het levend geslacht; zij behoort de heugenis te bewaren aan het leven der vaderen", zo voegde hij toe, om vervolgens vooral de "dictatuur van het slopershouweel" van de negentiende eeuw te hekelen. Hij noemde Graadt van Roggen, Francken en Terwindt, het driemanschap dat in de jaren tachtig van de negentiende eeuw verantwoordelijk was voor de ontmanteling en de uitleg van de stad, verdienstelijke mannen, die echter ook hun beperktheden hadden. "De ondernemende vernieuwingsdrift van hen, die aan de stadstuitleg leiding gaven, had weinig oog voor de betekenis van het conserveren der historische schoonheid. De verdienstelijke Graadt van Roggen vermeldt in zijn aantekeningen over "Ontmanteling en uitleg"op de datum af de sloping van alle stadspoorten zonder een woord van beklag. Deze blindheid voor historisch-aesthetische waarden kenmerkte zijn generatie", aldus Rogier, die nog meer voorbeelden gaf van wat hij typisch negentiende-eeuws "autochthoon vandalisme" noemde.

Wat Rogier kennelijk niet zag, was dat er ondanks de sloopterreur van de negentiende eeuw en ondanks het oorlogsgeweld, vooral dat van 22 februari 1944, in 1954 nog altijd veel te bewaren viel. Hoeveel is er immers sindsdien niet slachtoffer geworden van twintigste eeuws "autochthoon vandalisme", vooral in de benedenstad? Lange tijd heeft Numaga daarover het stilzwijgen gedaan. Die passiviteit kan, denk ik, als volgt worden verklaard, maar ik geef mijn mening graag voor een betere:

In de eerste plaats bestonden de vroegste Numaga-generaties uit mensen die het Nijmegen van voor de oorlog nog hadden gekend. Zij hadden zoveel waardevols kapot zien gaan - en zij zagen tegelijk zoveel nieuws worden gebouwd - dat zij de sloop van het relatief minder waardevolle betrekkelijk gemakkelijk konden accepteren. Zij waren, de citaten van Rogier hebben het al min of meer aangetoond, met andere woorden blind voor de historische zeggingskracht van de in hun optiek minder spectaculaire stadsdelen en panden. In de tweede plaats schurkte Numaga in die dagen nog erg dicht tegen het gemeentebestuur aan - en dat gemeentebestuur was van vernieuwingsdrift, en daaraan inherente sloopdrang, niet gespeend. Ter illustratie kan dienen de benoeming van de burgemeester, Hustinx, tot ere-voorzitter van Numaga, meteen al bij de oprichtingsvergadering in 1954. Het bestuur ging daartoe vooral over om met behulp van de steun van de gemeente de instandhouding van Numaga te garanderen; Rogier wist natuurlijk wel waar Abraham de mosterd haalde. Ook latere burgemeesters werden bij hun aantreden steevast tot ere-voorzitter dan wel ere-lid benoemd. Daarin kwam mede tot uiting dat Numaga een voorname, misschien zelfs elitaire, in ieder geval burgerlijke vereniging was, een onderdeel van de gevestigde structuren in de stad die geen enkel belang had zich tegen het gemeentebestuur af te zetten - het idee kwam niet eens op. Voordat het wel zover was, dienden eerst de jaren zeventig te passeren, de jaren van democratisering, van inspraak, van actie op alle mogelijke maatschappelijke terreinen. Niet voor niets werd de Numaga monumentencommissie pas in 1982 opgericht. Sindsdien probeert deze commissie, voor zover dat in haar mogelijkheden ligt, te redden wat er te redden valt. Soms met en soms ook zonder succes.

Het is te laat om te jammeren over de noeste afbraakvlijt van vroegere geslachten en het is te laat om Numaga's vroegere passiviteit te hekelen, maar we mogen er niet voor terugdeinzen om, zij het achteraf, de hand in eigen boezem te steken. Alles natuurlijk tegen de achtergrond van de vraag of Numaga, had zij wel een waarschuwend vingertje opgestoken, invloed op het stadsbestuur had kunnen uitoefenen.

Het ledenbestand van Numaga
Keren we voor de laatste keer terug naar het programma van 1954. Rogier achtte de steun nodig van "ten minste 400 leden", wilde de vereniging levensvatbaar zijn. Nu, in 2003, telt Numaga bijna 1100 leden. Om kort te gaan, de bestaansgrond van Numaga is minstens zo groot als vijftig jaar geleden; de door Rogier veronderstelde belangstelling voor de Nijmeegse geschiedenis is nog altijd springlevend. Had de vermaarde eerste voorzitter eventjes een blik in de toekomst kunnen werpen, dan zou hij niet ontevreden zijn geweest.

50 jaar Numaga: plannen voor het jubileum in 2004
Hoe gaat Numaga haar halve eeuwfeest nu vieren? Ingetogen en met oog voor kwaliteit - dat zijn de sleuteltermen, geheel naar de aard van de vereniging. Een reeks lustrumactiviteiten staat op de rol. Het Nijmeegs Katern komt met een dubbelnummer, gewijd aan de jaren vijftig, het decennium waarin Numaga werd opgericht. Op dit thema zal worden voortgeborduurd in vier lezingen, verspreid over het jaar. Gerenommeerde sprekers laten hun licht schijnen over 'Nijmegen in de jaren vijftig', met als onderwerpen: de totstandkoming van het Groene Balkon (waarover de gemoederen hoog opliepen), de wederopbouw, het culturele leven en het religieuze leven. Is het thema al bijzonder, de lezingen in het lustrumjaar zullen worden opgesierd met muziek (een enkele zelfs met poëzie!) en met filmbeelden, dankzij de gewaardeerde medewerking van de Stichting Nijmegen Blijft in Beeld. Tevens is een speciale feestdag in voorbereiding, waarop onder meer de vijfjaarlijkse Numaga-erepenning wordt uitgereikt aan een persoon of instantie die de afgelopen jaren een bijzondere prestatie heeft geleverd op het gebied van ofwel de bevordering van de kennis van het verleden van Nijmegen ofwel het behoud van het Nijmeegse culturele erfgoed. Aan het eind van het jaar verschijnt een bijzondere editie van het Jaarboek Numaga: een biografisch vademecum met enkele honderden lemmata over personen uit de Nijmeegse geschiedenis. Tot slot zal vroeg in 2005, als slagroom op het toetje, een CD-Rom verschijnen met daarop alle publicaties die door Numaga de voorafgaande eenenvijftig jaar zijn verzorgd, dus inclusief de publicaties uit het komende lustrumjaar.

jaarboek2003Het Jaarboek Numaga 2003
In afwachting van dat al, kan de dorst naar kennis van de Nijmeegse geschiedenis voorlopig worden gelaafd aan het voorliggende Jaarboek Numaga. Het zwaartepunt ligt dit keer op het interbellum, de periode tussen de twee wereldoorlogen. Het is trouwens in die jaren, meer precies in de tweede helft van de jaren dertig, dat de kiem voor het latere Numaga werd gelegd. Zoals Rogier ons in 1954 meldde, was in 1936 door Nijmeegse notabelen een bescheiden historische vereniging opgericht, die zich bezighield met het verzorgen van een enkele spreekbeurt, het vormen van studiekringen en vooral het houden van rondleidingen in de stad. Het wedervaren van deze vereniging is grotendeels in nevelen gehuld - zeker is slechts dat zij vanaf november 1937 ging onder de noemer 'Numaga' en dat zij nadat Nederland in mei 1940 werd bezet, ophield te bestaan. Vandaar dat Rogier meende dat in 1954 in plaats van "oprichting" beter gesproken kon worden van een opstanding "uit de schijndood". Hoe dat ook zij, het mag opmerkelijk heten dat uitgerekend in de jaren dertig, een decennium dat toch vooral werd gekenmerkt door economische crisis en sociale en politieke onrust, de belangstelling voor het Nijmeegse verleden voor het eerst min of meer structureel aandacht kreeg. Veel is sinds de dagen van onze voorvaderen veranderd, maar niet de door Rogier geconstateerde "wil" om het lokale historische bewustzijn te verlevendigen en te verdiepen.

Herdenking
Dames en Heren, voor wij nu overgaan tot de plechtige aanbieding van het Jaarboek Numaga 2003 wil ik kort stilstaan bij enkele ernstige gebeurtenissen in het verenigingsleven. Elk jaar opnieuw komen enkele, veelal trouwe leden van Numaga te overlijden. Je zou het de trieste, maar onvermijdelijke consequentie van de leeftijdsopbouw van ons ledenbestand kunnen noemen. Wij houden hen allen in ere, maar ik wil ditmaal toch twee gestorven leden in het bijzonder noemen. Op vrijdag 23 mei jongstleden overleed oud-burgemeester Frans Hermsen op 76-jarige leeftijd. Hij was Nijmegens burgervader van 1978 tot 1987 en zal, ongeacht zijn verdiensten, vermoedelijk toch altijd worden herinnerd als de man die tijdens de Piersonrellen van 1981 verantwoordelijk was voor de inzet van de Mobiele Eenheid en pantservoertuigen tegen de krakers en hun massaal opgekomen sympathisanten. Hermsen was ook lid van Numaga, ere-lid nog wel, de laatste burgemeester die die titel als vanzelf kreeg toebedeeld. Een dag later, op zaterdag 24 mei, overleed op 64-jarige leeftijd prof. dr. Jan Roes, bij leven hoogleraar Geschiedenis van het Nederlands Katholicisme aan de KUN. Zijn heengaan is natuurlijk eerst en vooral een groot persoonlijk verlies voor zijn familie. Numaga verliest in hem een trouw lid, de geschiedbeoefening in Nijmegen een hardwerkend en bevlogen historicus, zijn vrienden en kennissen - onder wie velen van ons - een ruimhartig, vriendelijk en goed mens. Jan was overal in de stad graag gezien. Eerder heb ik u de naam genoemd van mevr. Netty Van Oss-Van den Heuvel van het Nimweegs Soap Theater, die in januari van dit jaar voor onze vereniging enkele passages uit de memoires van Willemken van Wanray in het 'Nimweegs' voordroeg. De hartelijke wijze waarop zij haar medewerking verleende, doet ons te meer treuren om het feit dat zij nog geen twee maanden later plotseling kwam te overlijden. Laten wij hen allen in een moment van stilte onze eer bewijzen.

Tom van Rijn en de KUN-historie
"Een jaar is voorbij, waarin Nederland in oorlog is. De gevolgen van de bezetting hebben ook op het studentenleven een groten invloed uitgeoefend. Getracht werd alles zoo normaal mogelijk doorgang te doen vinden. Echter vele dingen, die het Corpsleven andere jaren plachten op te smukken, moesten dit jaar achterwege blijven. Ook wij moesten volgen in de algeheele versobering. Keerden velen van de gemobiliseerde studenten na de groote vacantie in Nijmegen terug, daartegenover staat ook een zeer groot aantal, dat tengevolge van de buitengewone omstandigheden afstudeerde, en anderen, die sneller wilden afstudeeren dan zij aanvankelijk van plan geweest waren, zoodat ook hun activiteit voor het Corps verloren ging. Ziehier eenige factoren, die een bloeiend Corpsleven in den weg stonden, naast andere oorzaken, die nog directer in verband staan met de bezetting van 's Rijks grondgebied in Europa." Dames en Heren, eenieder die behept is met enig historisch gevoel, en dat bent u allemaal, anders was u hier niet, moet in staat worden geacht om de zojuist geciteerde tekst te duiden naar datering en herkomst. U heeft gelijk, uw gevoel laat u niet in de steek: het is inderdaad de openingsalinea van het Jaarverslag van het Nijmeegs studentencorps Carolus Magnus, 1940 - 1941. Één van u heeft de tekst wellicht zelfs herkend. Want de schrijver van deze regels, waarin de bedompte sfeer van verslagenheid zowel als berusting, van gelatenheid zowel als spanning, een sfeer die zo kenmerkend was voor het eerste oorlogsjaar, onmiskenbaar tot uiting komt, de schrijver van deze regels nu bevindt zich in ons midden. Het betreft mr Tom van Rijn, praeses van Carolus Magnus in dat donkere jaar 1940-1941 en degene aan wie wij vandaag het eerste exemplaar van het Jaarboek Numaga aanbieden.

De Aula: het thuis van de KUN en van Van Rijn
Voormalige Aula KUN (met dank aan Noviomagus)
Waarom aan de heer Van Rijn, en waarom in dit gebouw, zult u zich afvragen. Welnu, dat heeft in de eerste plaats van doen met het thema van het Jaarboek 2003, het interbellum. Naar bekend is dit gebouw de voormalige aula van de Katholieke Universiteit. Het werd in 1931 opgeleverd, ingezegend en in gebruik genomen, de eerste nieuwbouw in de geschiedenis van de universiteit. Kortom, het is een typisch interbellum gebouw. Het werd in opdracht van de Sint Radboudstichting ontworpen door architect M. van Oyen, bouwmeester van het bisdom Haarlem, die indertijd overigens behoorlijk wat kritiek kreeg. Zo noemde de dichter Henri Bruning dit gebouw "een gepleisterde pisbak", waarvan hij hoopte dat het snel door een aardschok zou verdwijnen. Nu was Bruning een schreeuwlelijk, die niet al te serieus moet worden genomen, maar ook van meer deskundige kant werd het gebouw een getuigenis van "geestelijke machteloosheid" genoemd, met een "banale" architectuur. Even kwam de aula in architectuurkringen bekend te staan als "de ramp van Nijmegen".

Hoe men ook over het gebouw mocht denken, gefunctioneerd heeft het sindsdien wel degelijk. Honderden promotieplechtigheden en duizenden afstudeerplechtigheden hebben zich hier afgespeeld, honderden oraties zijn hier afgestoken, duizenden colleges gegeven. En zo is het gebouw ook geregeld voor andere doeleinden gebruikt. Zo zetelde de Hoge Raad der Nederlanden hier tussen april 1943 en mei 1945, en zo was dit gebouw naar bekend het toneel van roemruchte studentenbezettingen rond 1970. Het is al met al een gebouw met geschiedenis. En zo doet het mij deugd om als voorzitter van Numaga te kunnen zeggen: welkom in de ramp van Nijmegen. Dat overkomt je niet elke dag.

De heer Van Rijn nu, hoort een beetje bij dit gebouw. Hij werd geboren in Zwolle in 1918 en ving in 1938 in Nijmegen zijn studie in de rechtsgeleerdheid aan. Hij heeft het Nijmegen van het interbellum dus nog gekend - en een van zijn eerste bezoekjes aan de universiteit moet wel in dit gebouw hebben plaatsgehad. Hij behaalde zijn kandidaatsexamen op 26 november 1940 en zijn doctoraal examen op 6 november 1944. Daarmee was hij één van de eersten na de bevrijding van Nijmegen. Tussendoor was hij, als gezegd, praeses van Carolus Magnus in 1940-1941, in welke hoedanigheid hij hier kind aan huis was.

Tom van Rijn en het Nijmeegs Studentencorps Carolus Magnus in het eerste oorlogsjaar
Van Rijn begon dat academisch jaar overigens als questor van de Senaat. De Duitsers hadden Nederland nog maar kort tevoren bezet en het werd door de universitaire overheden verstandig gevonden dat in die moeilijke omstandigheden een oudere, ervaren student het praesidiaat op zich zou nemen. Dat duidt er trouwens op dat de functie van praeses van Carolus Magnus in die jaren geen sinecure was. Hij - het waren uiteraard altijd heren, geen dames - was voorman van de gehele studentengemeenschap en hij had talrijke belangrijke representatieve taken. Die eerste praeses tijdens de bezetting werd Jo Cals, de latere minister van Onderwijs en minister-president, die nota bene kort tevoren was afgestudeerd. In december 1940 nam Van Rijn de functie van Cals over. Ik haal nu nog enkele punten op uit het door Van Rijn geschreven, zojuist al aangehaalde jaarverslag van Carolus Magnus in 1940-1941. Strikt genomen zijn we niet meer in het interbellum, maar de tekst roept toch de sfeer van die jaren op en zo kunt u alvast in de stemming komen voor het Jaarboek. Het verslag laat zien dat het leven in dat eerste oorlogsjaar ondanks de bezetting gewoon doorging - dat gold niet alleen de Nijmeegse studentengemeenschap, maar vrijwel alle maatschappelijke geledingen in Nederland. Het was de periode die later met de term 'accommodatie' zou worden getypeerd.

Een kleine bloemlezing uit het verslag van de heer Van Rijn:
"Gedurende den groentijd, en zelfs nog na de inauguratie, bleken straffe maatregelen ter beteugeling van de eerste-jaars en ter voorkoming van groote lakscheid onontbeerlijk." "Op 19 october vond de inauguratie van nieuwe leden plaats. Den avond tevoren hielden de groenen ons bezig met het traditioneele groenentoneel, dat dankzij de zorgen van eenige ouderejaars en de ijver, waarmee het was ingestudeerd, tot een groot succes werd. Niet het minst werd de avond opgeluisterd door den plotselinge terugkeer van den praeses (Cals, die kort tevoren was opgepakt en enige tijd was vastgehouden), welk feit de gemoederen zoo in feeststemming bracht, dat spontaan besloten werd het soirée van den volgenden avond, dat eerst geen doorgang zou vinden, toch te doen plaats vinden. De dag zelf werd ingezet met een plechtige H. Mis. Gedurende de buitengewone corpsvergadering, die 's middags in de Aula Maior plaats vond (hier dus) was prof. Buytendijk de feestredenaar met als onderwerp: 'De plicht der gezondheid'.
Op initiatief van eenige Corpsleden werd in de eerste week van november een tocht georganiseerd naar den Grebbeberg, waar een Requiemmis werd opgedragen en een krans werd gelegd namens de Nijmeegsche studenten op het graf van een Onbekend Soldaat. Paul Huf kwam 15 november in de Groote Zaal van het Corpsgebouw een voordrachtenavond houden, getiteld: 'Karakteristiek in verzen van ons volk'. Godfried Bomans (student alhier) vergastte ons op een lezing over zijn nieuwe boek: Erik, welke tot titel had: 'De wereld, gezien door het oog van een meikever'.
Etcetera, etcetera. Zo gaat de opsomming door met activiteiten die ons een verrassend inkijkje geven zowel in het toenmalige studentenleven als in de tijd zelf. Dat de oorlogsomstandigheden verbroederden, of ten minste de studenten meer op elkaar betrokken deed zijn, blijkt bijvoorbeeld tussen de regels van het volgende:
"Ofschoon de Sociëteit Roland door een vroeg sluitingsuur (het gevolg van de avondklok) en een verminderd optreden naar buiten (ook ten gevolge van de bezetting) ten zeerste in de activiteit werd belemmerd, is het afgelopen jaar niet onbevreedigend te noemen. Het Sociëteitsbezoek liep zeker niet achteruit. Het kopje koffie om twaalf uur werd zeer geregeld geconsumeerd en het bezoek onder borreltijd steeg in vergelijking met andere jaren aanmerkelijk."
Dat studenten altijd studenten zullen blijven (en hoogleraren hoogleraren), blijkt weer uit het volgende. In juni 1941 hadden hier in dit gebouw de traditionele Aula-lezingen plaats, die ook open stonden voor het Nijmeegse publiek, toen onder het thema: Arbeid. Enkele deskundigen spraken over 'Arbeid en het zedelijk-godsdienstig leven', 'Rerum Novarum en het arbeidsvraagstuk', 'Arbeid en het economisch leven' en 'De sociale functie van arbeid'. Van Rijn besluit de alinea daarover aldus: "Ofschoon het onderwerp zeer interessant was en de sprekers alleszins bevoegd waren, liet de belangstelling, vooral van de zijde van professoren en studenten, wel eenigszins te wensen over." Daartegenover staan weer de activiteiten van de zogeheten Vondelkring, die druk werden bezocht en van alleszins goed niveau waren. Een voorbeeld. "Op uitnodiging van mevrouw en den heer Collette werd een avond in hun huis doorgebracht, om te luisteren naar muziek uit het laatst van de 16e eeuw tot het begin van de 18e eeuw, muziek, die zeer waarschijnlijk ook door Vondel moet zijn genoten en die door de familie Collette werd weergegeven op instrumenten uit die dagen als spinet, clavecymbel, viola da gamba, etc. De heer Joan Collette jr. gaf een korte inleiding over de belangstelling van den zeventiendeneeuwer voor muziek en zijn beoefening daarvan." Kom daar nog eens om, ben ik geneigd te zeggen.
Dat men, tot slot, ook weer onbekommerd plezier kon maken, blijkt weer uit de volgende gebeurtenis van, in deze tijd, 63 jaar geleden. "Een zeer grootsche Sint Nicolaasviering werd op touw gezet, waarbij de heilige Man (gespeeld door Godfried Bomans) aan de pont werd afgehaald, te paard een rondgang maakte door de stad, versnaperingen uitdeelde aan de Nijmeegsche jeugd die in groote getale van haar belangstelling blijk gaf, en ten slotte op de Sociëteit werd ontvangen, waar hij als gebruikelijk zijn vermaningen aan de Sociëteitsleden gaf." Tot zover de bloemlezing uit het Jaarverslag van de heer Van Rijn.

Van Rijn, Aula en Numaga
Ook na zijn afstuderen bleef de heer Van Rijn een band met dit gebouw behouden. Zoals de meesten van u wel weten, doorliep hij een ambtelijke carrière aan de universiteit, aanvankelijk was hij adjunct-secretaris van het College van Curatoren, later secretaris en weer later directeur A-Faculteiten. Hoe vaak zou hij in die jaren de drempel van dit gebouw hebben gepasseerd? Na zijn pensionering heeft hij zich ook in geheel andere zin met dit gebouw beziggehouden. Zo publiceerde hij erover in een artikel over de geschiedenis van de huisvesting van de universiteit in het Jaarboek Numaga van 1994. Daarmee komt de relatie Van Rijn - Numaga om de hoek kijken. Behalve als publicist toonde de heer Van Rijn zich ook in ander verband een verdienstelijk lid. Zo kan ik me uit de eerste jaren van mijn eigen bestuurspraktijk herinneren dat de heer Van Rijn, samen met Peter de Kort en Maarten Hageman, op verzoek van het bestuur een rapport samenstelde over het door hen gepleegde onderzoek naar de receptie van de Numaga periodieken onder de leden.
En dan is er tot slot nóg een reden waarom de heer Van Rijn een bijzonder lid is. Op de oudste beschikbare ledenlijst van Numaga, daterend van 1956, prijkt al de naam mr. T.N.J.A. van Rijn. Het is niet ondenkbaar, maar misschien kan hij dat straks bevestigen, dat hij al meteen bij de oprichting van Numaga in 1954 lid is geworden. In ieder geval behoort hij tot de eerste generatie leden van onze vereniging. Door het eerste exemplaar van het Jaarboek 2003 aan hem aan te bieden wil Numaga de trouw van de heer Van Rijn prijzen. Maar ook wil Numaga, aan de vooravond van onze vijftigste verjaardag, in de heer Van Rijn al die Nijmegenaren eren die in inmiddels lang vervlogen tijden lid zijn geworden van Numaga en aan wie wij derhalve het bestaan van de vereniging te danken hebben.

Nijmegen, zaterdag 29 november 2003 Jan Brabers, voorzitter Numaga
Naar boven
Commentaar? Suggesties? Vragen?
Mail ons: info@numaga.nl  
Laatst bijgewerkt:
05-09-2007