NUMAGA

Vereniging tot beoefening van de Geschiedenis van Nijmegen en Omgeving


Nijmegen 1900 jaar oud?
Of toch 2000 jaar?
. Of allebei tegelijk?
De politiek beslist: 2000 jaar in 2005

Hoe oud is Nijmegen eigenlijk?

Uit de Rede van Numaga-voorzitter J. Brabers bij gelegenheid van de presentatie van het Numaga-Jaarboek 2002 in het Stadhuis, Nijmegen, 7 december 2002

Numaga-voorzitter Jan BrabersMijnheer de wethouder, hooggeacht erelid van Numaga mw Peters, dames en heren,

Over de precieze ouderdom van de stad Nijmegen zal vermoedelijk nooit het laatste woord gezegd zijn. Dat Nijmegen oud is, zelfs de oudste stad van het land - daarover bestaat geen twijfel. Maar hoe oud precies? Deze vraag houdt de gemoederen de laatste tijd weer volop bezig. De wetenschap der archeologie heeft de afgelopen jaren belangrijke vorderingen gemaakt, die nieuw licht op de leeftijd van Nijmegen laten schijnen. Tegelijk bestaan er, op initiatief van Numaga, plannen om in 2005 het 1900-jarig bestaan van de stad te vieren. Mede op basis van de nieuwe wetenschappelijke inzichten wordt nu in de publieke discussie de vraag gesteld, of het getal '1900' nog wel houdbaar is. De kwestie is dus niet langer louter academisch.
Vooraleer het debat in grove lijnen wordt uiteengezet, dient te worden opgemerkt dat het tot de - unieke - charmes van Nijmegen behoort, dat er over zijn leeftijd kan worden gediscussieerd. De meeste Nederlandse steden dateren van de late Middeleeuwen; zij zijn in het bezit van een bul of een proclamatie met een datum waarop het bevoegd gezag, bijvoorbeeld een graaf, hun de stadsrechten verleende. Nijmegen daarentegen zag het levenslicht in de bloeitijd van het Romeinse Keizerrijk, zonder dat van het moment waarop dat gebeurde concrete bewijzen zijn overgebleven. De archeologen die zich met deze materie bezighouden, baseren hun bevindingen noodgewongen op een combinatie van enkele vondsten uit opgravingen, summiere schriftelijke bronnen en hun kennis van de Romeinse geschiedenis. Hun conclusies zijn uit de aard der zaak steevast 'voorlopig'.

Van Buchem en TraianusLange tijd is de overtuiging gemeengoed geweest dat keizer Traianus Nijmegen 'omstreeks of in het jaar 105 na Christus' officieel als stad erkende, aldus bijvoorbeeld H.J.H. van Buchem, directeur van het Museum Kam, in het allereerste nummer van het tijdschrift Numaga uit 1954. De stad kreeg toen ook haar naam, die zij in afgeleide vorm tot op de huidige dag voert: Ulpia Noviomagus Batavorum, de 'Ulpische Nieuwmarkt in het Land van de Bataven'. Deze wetenschap indachtig vierde Nijmegen op aandringen van Numaga in 1955 zijn 1850-jarig bestaan.
Enkele jaren later, in 1960, kwam professor J.E. Bogaers in zijn inaugurale rede met verfijningen door te spreken van 'omstreeks 104' als jaar waarin de keizer Nijmegen zijn naam en marktrechten schonk. Echte stadsrechten - de rang van municipium - kreeg Nijmegen volgens Bogaers 'vermoedelijk op zijn vroegst' pas in de tweede helft van de tweede eeuw na Christus. Het onderscheid in marktrechten en stadsrechten compliceerde de kwestie van Nijmegens ouderdom. Niettemin mocht worden geconcludeerd dat Nijmegen sinds omstreeks 104 ten minste de facto stad was. Marktrechten ontving een nederzetting immers niet zomaar.
In 1997 begon Numaga met de voorbereidingen van een grote, meerdelige publicatie over de geschiedenis van Nijmegen, het project 'Stadsgeschiedenis'. Dit standaardwerk zou moeten worden gepresenteerd in hetzij 2004, hetzij 2005 bij gelegenheid van het 1900-jarig bestaan van de stad, conform de toenmalige stand van de wetenschap en passend in de vijftig jaar eerder begonnen traditie. Kort nadien echter verkondigde professor J.K. Haalebos, ex cathedra tijdens een Numaga-lezing in februari 1999 en in schrift in het Jaarboek Numaga 2000, op basis van recente archeologische vondsten (onder meer het 'diploma van Elst') nieuwe gedachten: hij achtte het 'aannemelijk' dat Nijmegens formele geboortejaar niet in 104 of 105 lag, maar aan het begin van de regering van Traianus, 'mogelijk zelfs precies (in) het jaar 98, eventueel een of twee jaar later'. Bovendien ontving Nijmegen behalve zijn naam ook stadsrechten, aldus Haalebos, waarmee Bogaers' onderscheid in markt- en stadsrechten weer werd achterhaald. Ofschoon ook hij niet in staat was harde uitspraken over het stichtingsjaar te doen, betitelde Haalebos, zelf tot zijn betreurde overlijden in maart 2001 actief betrokken bij het project 'Stadsgeschiedenis', de geplande viering van het 1900-jarig bestaan van de stad in 2004 of 2005 wel alvast als 'mosterd na de maaltijd'.

De wetenschap is heilig en Haalebos' bevindingen waren fascinerend, maar al met al leek Nijmegen door het tijdstip van de 'ontdekking' beroofd te zijn van de mogelijkheid om zijn 1900-jarig jubileum te vieren. Toch besloot Numaga om vast te houden aan het oorspronkelijke idee en om, overigens met volle instemming van Haalebos, het gemeentebestuur de suggestie te doen serieus werk te maken van het 1900-jarig bestaan van de stad. Het precieze stichtingsjaar moest dan maar even ondergeschikt zijn aan het belang van de viering zelf: in brede kring hernieuwde aandacht voor het grote en wonderlijke verleden van de stad. Liever mosterd na de maaltijd dan een lege maag.

Het gemeentebestuur ontving onze suggestie welwillend: in 2005 liggen diverse festiviteiten in het verschiet, de verschijning van de Stadsgeschiedenis zal er één van zijn. Ook de pers, met name De Gelderlander, omarmde het idee. Geregeld wordt in deze krant aandacht aan de nakende viering besteed; tal van lezers brengen ideeën aan, ten teken dat het jubileumjaar ook onder de bevolking begint te leven.

Pijler gevonden op het Kelfkensbos, NijmegenOndertussen echter kwam het begrip '1900 jaar' op steeds losser schroeven te staan. In een publicatie, en ook in enkele lezingen, over de in 1980 op het Kelfkensbos opgegraven Romeinse godenpijler lanceerde de Maastrichtse archeoloog T.A.S.M. Panhuysen begin 2002 zijn vermoeden dat Nijmegen nóg veel ouder is. De pijler, gewijd aan keizer Tiberius, moet 'in of omstreeks 17 na Christus' zijn opgericht in de burgerlijke nederzetting Oppidum Batavorum, de oudst bekende naam van Nijmegen. Panhuysen acht het heel wel denkbaar dat de plaatsing door de Romeinen van deze pijler samenviel met 'de administratieve stichting' van Oppidum Batavorum als stad. Ook dit nieuwe denkbeeld spreekt tot de verbeelding, maar gezegd moet, dat Panhuysen wijselijk de nodige slagen om de arm hield.

Enige tijd later voerde P. Deurloo in een artikel in De Gelderlander, onder de kop 'Wie durft, viert geen 1900 maar 2000 jaar stad', de Nijmeegse stadsarcheoloog H. van Enckevort op, die nog verder teruggaat. Uit het simpele feit dat de befaamde godenpijler in het tweede decennium van onze jaartelling werd opgericht, leidt Van Enckevort, overigens gesteund door collega-stadsarcheoloog Jan Thijssen, af dat Oppidum Batavorum toen al enige betekenis, ofwel stedelijke allure moet hebben gehad, anders gezegd, dat de nederzetting de facto reeds als stad kon gelden. De fundamenten van de eerste stedelijke nederzetting moeten derhalve rond het begin van onze jaartelling worden gedateerd. Waarom dan niet meteen het 2000-jarig jubileum gevierd, dat 'klinkt toch veel grootser en feestelijker?', aldus Deurloo.

Wat wordt in 2005 gevierd, het 1900-jarig of het 2000-jarig bestaan? Voor beide zijn valide argumenten aan te voeren. Van Enckevorts redenering is niet uit de lucht gegrepen, maar biedt tegelijk geen houvast voor het vieren van een jubileum. En ook al klinkt Deurloos '2000' om redenen van public relations misschien 'grootser en feestelijker', het mag voor de herdenking van een historisch feit geen overweging zijn. Welbeschouwd heeft '1900' nog altijd de beste papieren, van historische en van juridische aard. Op een verjaardag wordt toch de geboorte (en zo men wil: de naamgeving) herdacht en niet de conceptie? Natuurlijk kleeft aan '1900' het nadeel van de eeuwigdurende onzekerheid over het precieze stichtingsjaar. Daaraan is evenwel niet te ontkomen. Tezelfdertijd is juist die onzekerheid, als gezegd, een van de bekoringen van Nijmeegse geschiedbeoefening.

Wellicht moet worden uitgezien naar een alternatief. Zouden 'Nijmegen 1900 jaar stadsrechten, 2000 jaar stad', of 'Nijmegen, oudste stad van het land' gedachten kunnen zijn? Dan zitten we altijd goed. De beslissing daarover ligt bij de belangrijkste organisator, het gemeentebestuur. Numaga kan daarbij slechts een helpende hand bieden, maar zelfs dat is niet eenvoudig. (…)
Nijmegen 2000Enkele weken geleden, op 14 november, heeft de gemeenteraad formeel besloten om in 2005 niet het 1900-jarig, maar het 2000-jarig bestaan van de stad te vieren. Als ik goed ben ingelicht, de pers heeft er tot dusver het zwijgen over toegedaan, wilde het College van Burgemeester en Wethouders vasthouden aan '1900', maar heeft de raad op initiatief van Groen Links en het CDA (de grootste coalitiepartij en de grootste oppositiepartij) besloten tot '2000'. Ziedaar een resultaat van het dit jaar ingevoerde 'duale stelsel', dat overigens wethouder Hirdes die vandaag in ons midden is, in een, zoals dat tegenwoordig heet, 'lastige spagaat' heeft gebracht. Hij is immers behalve wethouder ook lid van Groen Links.

Zoals ik al zei: iemand moest de knoop doorhakken. In dit geval heeft de raad dat gedaan en dat is op zichzelf lovenswaardig. En zoals ik tevens al zei: voor de viering van het 2000-jarig bestaan zijn zeker argumenten aan te voeren. Maar in mijn optiek hebben de gemeenteraadsleden toch al te gemakkelijk het juridische en het historische aspect uit het oog verloren, aspecten die door de hoogleraren Bogaers en Haalebos wel op waarde werden geschat. Er was, zeker in de Romeinse tijd, nogal een verschil tussen een willekeurige nederzetting en een die met Romeins stadsrecht was begiftigd. Daarnaast acht ik de naamgeving van de stad onderbelicht. De naam Nijmegen, Noviomagus, bestaat echt geen 2000, maar 'pas' 1900 jaar. Maar wat eigenlijk het meest onverteerbaar is, is dat de politiek met één pennestreek een einde maakt aan een jarenlange, alleraardigste wetenschappelijke discussie. De politiek is als het ware op de stoel van de wetenschapper gaan zitten, en dat is uit den boze. Ik weet dat dat niet de bedoeling is, maar de raad heeft wel de schijn tegen. Had de raad nu voor '1900' gekozen, dus voor wat de viering betreft op zekerheid gespeeld, dan zou de wetenschappelijke discussie kunnen voortduren. Maar nu voor '2000' is gekozen, lijkt die discussie afgekapt. Wie nu, en zeker in en na 2005, nog over '1900' rept, loopt het gevaar als een querulant te worden beschouwd.

De keuze van de raad kan voor '2000' kan zich ook tegen de stad zelf keren. Stelt u zich voor: op 1 januari 2005 opent Philip Freriks het Acht-uur Journaal met de mededeling dat "dit jaar Nijmegen, de oudste stad van het land, zijn 2000-jarig bestaan viert. Deskundigen beweren echter, dat Nijmegen helemaal niet zo oud is …etc". Of: Philip Freriks zegt: "dit jaar viert Nijmegen, de oudste stad van het land, zijn 1900-jarig bestaan. Kenners beweren dat de stad zelfs ouder is … etc". Wat klinkt beter? Ik laat het antwoord aan u.

Bovendien dreigt het gevaar dat andere steden, die claimen de oudste te zijn, in het geweer komen. Zij zullen '2000' gemakkelijk onderuit kunnen halen (bij '1900' lukt dat niet) en wanneer dan ook nog eens duidelijk wordt dat de politiek haar keuze heeft gemaakt en daarbij de wetenschappelijke autoriteit van Bogaers en Haalebos, nota bene Nijmeegse geleerden, aan haar laars heeft gelapt, dan vrees ik dat de rapen gaar zullen zijn. De landelijke pers zal smullen. Enfin, het allerbelangrijkst is dat de raad tevens heeft besloten om de viering in 2005 serieus aan te pakken. Hij heeft een budget van 2,2 miljoen euro beschikbaar gesteld, dat naar verwachting door sponsoring nog aanzienlijk zal worden aangevuld. Tal van activiteiten staan op stapel, die de geschiedenis van de stad voor het voetlicht zullen brengen, waarbij elke Nijmegenaar de gelegenheid krijgt zich daaraan te laven. Dat is ook voor Numaga goed nieuws. Niet alleen is Numaga, zo zeg ik maar eens onbescheiden, de initiator van het geheel geweest. Maar bovenal luidt onze voornaamste doelstelling de bevordering van de kennis van de geschiedenis van Nijmegen en omgeving - en het lijkt mij dat de viering in 2005 precies dát zal teweegbrengen. (…)

dr J.B.A.M. Brabers, voorzitter Numaga

Naar boven
Commentaar? Suggesties? Vragen?
Mail ons: info@numaga.nl  
Laatst bijgewerkt:
05-09-2007