NUMAGA

Vereniging tot beoefening van de Geschiedenis van Nijmegen en Omgeving


Stadshistorie op straat? . Numaga en Het Archief

Uit de Rede van Numaga-voorzitter J. Brabers bij gelegenheid van de presentatie van het Numaga-Jaarboek 2001

Stadshistorie op straat?
(...)
Het behoort tot de plichten van de voorzitter om in zijn rede bij de presentatie van Jaarboek Numaga een kort overzicht te geven van de voornaamste gebeurtenissen binnen de vereniging in het voorbije jaar. Dat ga ik nu doen, maar eerst wil ik enige aandacht besteden aan wat we dit jaar, tot mijn spijt, niet hebben gedaan.

Een jaar geleden, bij de presentatie van het Jaarboek 2000, heb ik aan wethouder Depla onder meer de suggestie gedaan om Numaga te betrekken bij zijn plannen om de historie van de stad op de een of andere wijze beter zichtbaar te maken op straat. Numaga ware te beschouwen als een bundeling van kennis over de stadshistorie en wij wilden die kennis graag aan de gemeente ter beschikking stellen. Eerder in 2000 had Numaga haar statuten gewijzigd, onder meer met de bepaling dat de vereniging zich actief moest inzetten voor het behoud van monumenten en historische plekken in de stad. Dat artikel was niet alleen defensief bedoeld (zoals het voorkomen van de sloop van monumenten, denk aan de Hessenberg), maar ook creatief, opbouwend. Het aanbod aan de wethouder om mee te denken over het zichtbaar maken en het uitdragen van de historie in het stadsbeeld, moet tegen die achtergrond worden gezien. Zoals u zich zult herinneren reageerde de wethouder onversneden positief op ons aanbod. Maar hoewel ik hem sindsdien tot vier keer toe aan zijn toezegging heb herinnerd en hij telkens opnieuw positief reageerde, is er tot dusver helemaal niets van terechtgekomen.

Nu is het niet mijn bedoeling om de wethouder hier af te branden; de gemeentelijke molens draaien nu eenmaal langzaam en de betreffende wethouder, met zijn ruime portefeuille, heeft het afgelopen jaar genoeg andere kopzorgen gehad, denk aan de Waalsprong. Bovendien, zo heb ik begrepen, is de voortreffelijke Jan Thijssen van de even voortreffelijke Gemeentelijke Dienst Archeologie inmiddels bezig allerlei voorbereidingen te treffen voor het plaatsen bijvoorbeeld informatiepanelen op belangrijke archeologische vindplaatsen in de stad. Niets dan lof daarvoor, natuurlijk. Waar het Numaga wel om te doen is, is de inhoud van de zaak.

We staan aan de vooravond van een verkiezingsjaar. In de openbare discussies in de aanloop naar de gemeentelijke verkiezingen zullen diverse grote problemen worden aangesneden, de werkgelegenheid, de veiligheid op straat, enzovoorts. Voorspelbaar, maar zo hoort het in verkiezingstijd. Maar welke politieke partij zal nu eens een culturele noot durven kraken? Nijmegen is de oudste stad van Nederland, de stad met de langste historie, maar weinig of niets in het straatbeeld herinnert daaraan. Die paradox is misschien wel het grootste culturele probleem waar de stad mee kampt; zo groot dat de politiek het niet eens ziet. Toch moet het mogelijk zijn om met betrekkelijk kleine middelen iets aan dat probleem te doen.
Een voorbeeld. In Museum het Valkhof staat een Romeinse overwinningszuil uit de eerste eeuw na Christus, enkele jaren geleden aangetroffen bij werkzaamheden op het Kelfkensbos. Die zuil moet daar natuurlijk blijven staan, maar door plaatsing van een weersbestendige replica op of in de directe buurt van de vindplaats, compleet met een begeleidende tekst met uitleg, kan op een heel eenvoudige manier een stukje geschiedenis van Nijmegen zichtbaar worden gemaakt. Het is slechts een voorbeeld, maar zo zijn er vele te bedenken. En men hoeft zich zeker niet tot archeologische vondsten te beperken.
Van geheel andere orde, bijvoorbeeld, is de Titus Brandsmakapel. Mede dankzij Numaga mag die niet worden gesloopt en nu is men op zoek naar een nieuwe bestemming. Zou het geen goede gedachte zijn om in dit gebouw, in wezen een oorlogsmonument, een permanente expositie, een soort stiltecentrum, in te richten, gewijd aan alle Nijmeegse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, van de weggevoerde en nooit meer teruggekeerde joodse burgers tot de gevallenen bij het bombardement van februari 1944? Ik weet zeker dat Titus, strijder tegen onrecht, totalitarisme en antisemitisme, daarmee geen problemen zou hebben.
Weer een andere gedachte is om moderne kunstenaars de opdracht te geven historische plekken in de stad, verwijzend naar de traditie, op eigentijdse wijze te markeren. Een geslaagd voorbeeld daarvan is het monument 'De Schommel' op het Raadhuishof, door de kunstenaar Henk Visch, dat herinnert aan de gevallen kinderen bij het bombardement. Een kunstwerk dat zich bij uitstek leent voor het kweken van historisch bewustzijn. Toen ik mijn dochter van destijds 8 jaar uitlegde waar die stilstaande schommel voor stond, zag ik letterlijk bij haar de 'Aha-Erlebnis' in haar ogen. Kan dat voorbeeld niet wat vaker worden nagevolgd? Bijvoorbeeld op de kop van de Gerard Noodtstraat, waar eens een van de oudste, zo niet het oudste stenen huis van Nederland stond, maar waar niets aan dat feit herinnert. Of bij Café Biessels, eertijds het woonhuis van de jurist Gerard Noodt, een van de belangrijkste en eerste Nederlandse denkers die het beginsel van de godsdienstvrijheid formuleerde en uitdroeg. Of in de Van Berchenstraat, bij het woonhuis van de familie Ivens, enzovoort, enzovoort. Ja, waarom ook niet de Molenstraat genoemd, waar de gebroeders Van Woerkom de eerste zelfbedieningszaak van de Benelux begonnen. Hoe dan ook, de stad zit vol met dergelijke onzichtbare plekken. Zou daarover op het stadhuis niet eens kunnen worden gedebatteerd? Duidelijk moge zijn dat Numaga dan volgaarne meedoet.  (...)

Numaga en Het Archief
(...) Het Gemeentearchief en Numaga zijn elkaars natuurlijke partners. Het archief verzamelt, bewaart en ontsluit archiefstukken; de auteurs van het Jaarboek Numaga en van het Nijmeegs Katern bestuderen de archiefstukken en leggen hun bevindingen vast voor een groter publiek. In wezen streven het archief en Numaga hetzelfde hogere doel na: het bevorderen van de kennis van de geschiedenis van Nijmegen en omgeving. En ze hebben elkaar daarbij nodig; Numaga het archief meer dan omgekeerd, maar hoe dan ook: ze complementeren elkaar.

De publicist Jan Blokker definieerde het begrip geschiedenis eens als volgt: "Geschiedenis is niet wat er gebeurd is. Geschiedenis is wat de mensen zich herinneren." Iedereen zal erkennen dat Blokker daarmee een kern van waarheid raakte. Maar elke zichzelf respecterende historicus, en dat zijn we bij Numaga, zal zich tevens met hand en tand tegen dit cynische relativisme verzetten. Een historicus dient altijd objectief te streven naar het vaststellen van de waarheid, hoezeer hij ook doordrongen is van de onmogelijkheid daarvan Zijn verreweg belangrijkste instrument daarbij is, behalve natuurlijk een goed stel hersens, het archief, de verzameling van vooral schriftelijke overblijfselen uit het verleden. Voor elke historicus is een archief dan ook een bijkans heilige plek. Een historicus die een archief betreedt en voor het eerst zijn te bestuderen stukken onder ogen krijgt, ondergaat een bijzondere sensatie. Tastbaarder dan daar, op die plek, komt hij niet in contact met het verleden. Daar op die plek, en alleen daar, kan hij controleren of wat anderen zich herinneren dan wel hebben geschreven overeenkomt met de feiten. Het is zo vanzelfsprekend dat we er nooit bij stilstaan, maar zonder het Nijmeegse Gemeentearchief zou Numaga net zo goed niet kunnen bestaan, tenzij we ons alleen zouden willen baseren op wat de mensen zich herinneren - maar dan heeft een breiclub nog meer nut.

Uit de nauwe verwevenheid van doelstelling tussen Gemeentearchief en Numaga is als vanzelf een personele unie ontstaan. Vanaf de oprichting van Numaga in 1954 heeft de gemeentearchivaris zitting in het bestuur van de vereniging. (...). Ik ben bijzonder erkentelijk dat ook (de nieuwe archivaris) mw. drs. Corrie Christine van der Woude, de voetsporen van haar voorgangers in Numaga wil drukken. In de statuten van de vereniging staat weliswaar dat één der bestuurszetels qualitate qua is voorbehouden aan de zittende gemeentearchivaris, maar de liefde moet natuurlijk wel van twee kanten komen. Welnu, dat is het geval, en uit erkentelijkheid daarvoor, maar ook als blijk van welkom in stad en vereniging, ontvangt ook mevrouw Van der Woude zodadelijk eveneens een eerste exemplaar van het Jaarboek.

De vertrekkende archivaris, Willem Meeuwissen, heeft het, zo is mijn indruk, niet gemakkelijk gehad, noch als archivaris, noch als bestuurslid van Numaga. Toen hij in 1980 aantrad bestond er een enigszins stoffig beeld van zijn functie. De archivaris beheerde een zolderverdieping met oude papieren, waarin híj alleen de weg kende, meestal dankzij een, voor de buitenstaander, warrige partij handbeschreven fiches, in allerlei soorten en maten. Niet zelden bewaakte de typische gemeentearchivaris als een Cerberus zijn schatten, deed zelf meer onderzoek dan alle bezoekers tezamen en werd door de buitenwacht versleten als een vakidioot die men maar liet aanmodderen omdat het schijnbaar belangrijk was wat hij deed, maar veel geld mocht het natuurlijk niet kosten.

Let wel: het is slechts een beeld dat ik schets; enigszins gechargeerd maar dat doe ik, zoals u begrijpt, voor de duidelijkheid. Want wat zien we nu? Een jonge, energieke vrouw als gemeentearchivaris, in een fonkelnieuw gebouw, bevolkt door 35 medewerkers, voorzien van allerhande moderne apparatuur waarmee gefotokopieerd, geautomatiseerd en gedigitaliseerd wordt; en dat is te meer nodig omdat het archief sinds 1980 sterk in omvang is toegenomen. Die breuk met het oude beeld nu, die onvoorstelbare modernisering van het bedrijf, heeft zich voorgedaan in de periode-Meeuwissen. In plaats van schatgraver en onderzoeker is de hedendaagse archivaris in de eerste plaats manager.  (...)
De modernisering kende (...) ook haar schaduwzijden. Dat hebben we zeker ook binnen Numaga ondervonden. De afgelopen tien jaar is de praktische dienstverlening van het gemeentearchief aan Numaga geleidelijk teruggeschroefd, 'verdampt' zoals het in het bestuur ging heten. Sinds 1993 treedt de gemeentearchivaris niet meer op als secretaris van de vereniging. Een aantal jaren later werd de verzorging van de ledenadministratie afgestoten, die sinds 1954 in de goede handen van het archief had gelegen. Vervolgens kwam de tijding dat de verkoop van losse Numaga-tijdschriften niet meer door de balie-medewerkers van het archief kon worden beheerd, enzovoort, enzovoort. Wat decennia lang als vanzelfsprekend had gegolden, dienstverlening van het archief aan Numaga dat toch puur en alleen met de promotie van de stad doende was, gold ineens als obsoleet, als iets onbillijks bijna.
(...)
Graag wil ik van de gelegenheid gebruik maken om richting de nieuwe gemeentearchivaris op te merken dat we hier een thema bij de hand hebben, waarover we in de toekomst toch nog eens moeten praten.
(...)

Naar boven
Commentaar? Suggesties? Vragen?
Mail ons: info@numaga.nl  
Laatst bijgewerkt:
05-09-2007