
De vereniging Numaga organiseert elk jaar vijf Numagalezingen. Ze vinden op dinsdagavond plaats vanaf 20.00 uur veelal in het Kolpinghuis. De Numagalezingen gaan steeds over een onderdeel van de Nijmeegse geschiedenis en daarbij komen de diverse tijdvakken en disciplines (geschiedenis, kunstgeschiedenis, architectuur, archeologie enz.) aan de orde”. Zie hieronder een overzicht van de lezingen sinds 2002. Een overzicht van de lezingen van 2010-2011 staan in de
agenda
Architect Filip Delanghe (AWG Architecten Antwerpen) werkte aan de nieuwbouw op de Hessenberg, een historische plek, hartje stad. Hij had als supervisor van het project Hessenberg o.a. de taak om de kwaliteit en de onderlinge samenhang van de ontwerpen van de betrokken architectenbureaus te bewaken. Daarvoor stelde hij een beeldkwaliteitsplan op met de uitgangspunten voor de nieuwbouw wat betreft materiaalgebruik, uitstraling en de vormentaal van de gebouwen.

Delanghe: “We werken veel aan stedenbouwkundige ontwikkelingen in een cultuurhistorische omgeving waar we weer een hedendaagse invulling aan geven.” Volgens Delanghe is het belangrijk om eerst inzicht te krijgen in wat precies de cultuurhistorie van de plek is, om van daaruit het plan vorm te geven. Een samenspraak met de buurtbewoners is daar onderdeel van. Het project ontving de Njmeegse Architectuurprijs 2011.
Op de kaart van het intellectuele leven van de 17e- en 18e eeuw is Nijmegen maar moeilijk te vinden. Dat de Nijmeegse burgemeester Justinus de Beyer, heer van Hulsen (1705-1772) desondanks een rol speelde in de zogeheten Republiek der Letteren, het internationale netwerk van geleerden, is daarom bijzonder. De Beyer was correspondent voor het tijdschrift Bibliothèque françoise, waarin onder meer ook Voltaire publiceerde, en was lid van de Académie royale des sciences, des belles lettres et des arts van Rouen. Daarnaast was De Beyer tegelijkertijd een typisch regent. In deze lezing staat het dubbelleven als lokaal politicus en internationaal intellectueel centraal in een periode van verlichting én met een grote invloed van de adel
De noordelijke grensstreek van het Romeinse rijk was voor vele Romeinen afschrikwekkend. Het weer was er slecht, de grond zompig en de inwoners dronken regenwater uit kuilen. De beroemde verzuchting van Tacitus spreekt boekdelen: “wie zou Azië, Afrika of Italië verlaten en op zoek gaan naar Germanië? Het terrein is er woest, het klimaat ruw, het leven en landschap somber. Hier kom je alleen indien het je vaderland is.” Toch reisden Romeinen van vele rangen en standen regelmatig naar de regio. Met vaak militaire motieven, maar ook was er expliciete aandacht van de elite van het Rijk, en zelfs van de keizer, voor de verafgelegen zones van hun imperium, ook in vredestijd. In deze lezing stond centraal: het belang van (de noordelijke) grenssteden, met name Nijmegen, voor de organisatie van het Romeinse rijk en voor de wettiging van de positie van de keizer. Ook of het belang van dit soort steden veranderde, en welke rol specifieke heersers daarbij speelden.
Tijdens een bezoek aan Auschwitz ontdekt Paul Glaser in een vitrine een koffer uit Nederland met zijn achternaam. Dit is voor hem aanleiding om het verzwegen lot van zijn in Nijmegen geboren en opgegroeide tante Roosje te onderzoeken.
Rosa Regina Glaser (1914-2000) is een geëmancipeerde vrouw die met flair haar plek heeft veroverd. Na haar Nijmeegse jeugd boekt ze successen als danslerares en danst ze in Amsterdam, Londen, Parijs, Berlijn en Brussel. Wanneer de nationaalsocialisten de macht grijpen begint voor Roosje, 25 jaar oud en Joods, een levensgevaarlijk avontuur. Ze wordt slachtoffer van verraad door haar eigen man. Roosje komt terecht in zes concentratiekampen. In Auschwitz leert Roosje SS’ers dansen en de bijbehorende etiquette. Ze weet met lef de oorlog te overleven. Een uitzonderlijk en waar gebeurd verhaal dat laat zien dat een scherp onderscheid tussen goed en fout in de oorlog niet bestaat. Zie ook :
De lezing behandelde Nijmegen tussen 1473 en 1502 en het ontstaan van het historische topstuk antependium, een altaardoek van het machtige Nicolaesgilde. Het origineel is te zien in Museum Het Valkhof. Fraai beeldmateriaal en muziek uit de late 15e eeuw omlijstten de lezing. Hendriks schetste de context van het doek, de betekenis en de gebruikte materialen en procédés. 
Nijmegen heeft zo'n vijfduizend inwoners met een Indische achtergrond: nakomelingen van kolonialen, KNIL-militairen en andere Indischgasten; ook van de repatrianten van na 1945. Enkele illustere Indische Nijmegenaren zijn schrijver Tjalie Robinson, schilder Jan Toorop en acteur Willem Nijholt. Publiciste Pieke Hooghoff schetste in deze lezing een breed beeld van Indisch Nijmegen in de 20e eeuw.
Pieke Hooghoff (1951) is Nijmeegse - niet Indisch – en publiceert als amateur-historicus vooral over Indisch-Nijmeegse onderwerpen, zoals het boek Bandoeng aan de Waal (2000).
Tussen 1981 en 1983 groef de afdeling Provinciaal-Romeinse archeologie van de Nijmeegse universiteit in Nijmegen-West (Waterkwartier) resten op van monumentale grafcomplexen met ommuringen en grafmonumenten. Men trof daarbij uitzonderlijk rijke, ongeschonden graven aan. Het gaat hier onmiskenbaar om de rijkste groep graven uit de Romeinse tijd in Noordwest-Europa. Alle graven bevatten namelijk grote hoeveelheden vaatwerk van glas, aardewerk en brons. Daarnaast kwamen uit bijna elk graf ook andere zeldzame voorwerpen te voorschijn, zoals de resten van een stoel, schrijfgerei, wapens en voorwerpen van barnsteen en bergkristal. De graven dateren allemaal uit het laatste kwart van de 1ste en het eerste kwart van de 2de eeuw. Ze maken deel uit van het grafveld van de eerste stad van Nederland, de nederzetting (Ulpia) Noviomagus, die zich daar in het laatste kwart van de 1ste eeuw had ontwikkeld.
Centraal op deze avond stond schrijver Koos van Zomeren en zijn in 2009 verschenen boek over links Nijmegen Die stad, dat jaar. Roman met aantekeningen (Arbeiderspers, 356 pp). Dat boek is een mix van roman en geschiedschrijving en gaat over de oprichting van de Socialistiese Partij in Nijmegen in het jaar 1972. De stad is dus Nijmegen, het jaar 1972. Het is het jaar van de Europacup voor Ajax, van bedrijfssluitingen en massaontslagen, van Nixon in China en van de Vietnam kerstbombardementen. Maar het was ook het oprichtingsjaar van de Socialistiese Partij. Stond Nederland aan de vooravond van het socialisme? En moest dat in Nijmegen beginnen? Door gebruik te maken van de eigen herinnering, (mede)getuigen te interviewen en historische bronnen te raadplegen, schetst Koos van Zomeren een haarscherp – nu eens komisch dan weer wrang, nu eens ontluisterend dan weer inspirerend – beeld van de gang van zaken binnen een maoïstische splinterbeweging.
Naast een vraaggesprek met Koos van Zomeren door historicus Jan Brauer, werd met twee andere tijdgenoten - PvdA-politicus Wim Hompe en publicist/studentactivist Wilfried Uitterhoeve - een portret van links-Nijmegen in de jaren zeventig gereconstrueerd.
Op dinsdag 25 mei hield Bart Janssen, auteur van De pijn die blijft (2005), een Numaga lezing over het thema 'Historisch onderzoek naar Nijmeegse oorlogsdoden'. Daarbij gaat het enerzijds om zijn eerdere, elf jaar durende, onderzoek naar nabestaanden van de circa 770 dodelijke slachtoffers van het bombardement van 22 februari 1944 en in vervolg daarop over zijn huidige onderzoek naar nabestaanden van de vele overige Nijmeegse oorlogsdoden. Die vielen bij andere bombardementen, in het verzet, in de bevrijdingsstrijd om Nijmegen, in de daarop volgende vijf maanden durende frontstadperiode (medio september 1944 tot medio februari 1945), in de Duitse Arbeitseinsatz en, soms jaren later, als gevolg van de oorlog. Hij vertelde over zijn beweegredenen, over de strijd tegen de klok en over de moeizame wegen die hij moet bewandelen om tientallen jaren na de oorlog, soms wereldwijd, nabestaanden of fotomateriaal te achterhalen. Enige tientallen dramatische verhalen en oorlogsherinneringen van ooggetuigen vormen de rode draad in de Numaga- lezing. Op de site
www.oorlogsdodennijmegen.nl zijn de resultaten van zijn onderzoeken opgenomen.
Voor informatie over slachtoffers, adressen van nabestaanden en foto's of documentatie over oorlogsslachtoffers is Bart Janssen bereikbaar op:
St. Jacobslaan 388, 6533 VV Nijmegen
tel.: 024-3563879
e-mail: bartaltmjanssen@planet.nl
Op dinsdag 13 april sprak dr. Sandra Langereis over het onderwerp van haar in januari 2010 verschenen nieuwe boek Breken met het verleden. Herinneren en vergeten op het Valkhof in de Bataafse revolutiejaren, uitgegeven door Vantilt. Daarin zet zij de achtergronden uiteen van de afbraak van de Valkhofburcht in de jaren 1796-1797 en plaatst zij die voor Nijmegen zeer ingrijpende gebeurtenis in het licht van de recente herbouwdiscussie omtrent de Donjon. De spreekster is van mening dat in de herbouwdiscussie omtrent de Valkhofburcht en de Donjon twee zaken over het hoofd worden gezien. Zij zal uitleggen waarom, ten eerste, niet alleen de bouw van de Valkhofburcht een plaats in de collectieve herinnering verdient. Ook de afbraak van de burcht mag, zo luidt een van de conclusies van haar studie, worden herinnerd als een memorabele daad. Ten tweede zal zij ingaan op het cultuurhistorische belang van het dadelijk na de afbraak aangelegde stadspark op het Valkhof van landschapsarchitect Zocher, en een pleidooi houden voor een restauratie van het Valkhofpark van 1800. Zie ook
De lezing vond plaats op 26 januari 2010. De uitvinding van de transistor in 1947 heeft de enorme revolutie in de communicatie veroorzaakt waarvan we nu getuige zijn. Dat dit zou gaan gebeuren was al snel duidelijk. De zeer sterke positie van Philips op de markt van radiobuizen werd bedreigd en Philips moest dus meedoen aan de verder ontwikkeling van transistors. De Raad van Bestuur besloot daarom snel een eigen halfgeleiderbedrijf te stichten. In Eindhoven was daarvoor geen personeel beschikbaar dus kwam men in 1953, min of meer bij toeval, in Nijmegen terecht. Het bedrijf ontwikkelde zich al na enige jaren tot het grootste van Nijmegen, maar maakte ook alle ups en downs mee van de zich razendsnel ontwikkelende halfgeleiderindustrie. Die snelle groei leidde tot allerlei ingrijpende organisatorische en sociale veranderingen en tot spanningen met de leiding in Eindhoven, maar Philips Nijmegen slaagde er in op halfgeleidergebied een grote speler te worden. Tot men in de jaren tachtig de ontwikkelingen niet meer kon bijhouden en probeerde via een inhaalslag de achterstand in te halen.
Ger de Wind heeft de ontwikkeling van de halfgeleidertechnologie meegemaakt, zowel in de research, als bij Philips Nijmegen, waar hij operations manager was. Na zijn pensionering studeerde cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit en studeerde af op de geschiedenis van Philips Nijmegen.